GEMINI 1&2: resultaten na drie jaar bevestigen nut tweevoudige combinatietherapie dolutegravir/3TC als eerstelijnstherapie

Op elk groot congres over hiv worden de follow-upgegevens van de studies GEMINI 1&2 geüpdatet. Op het congres HIV Glasgow werden de resultaten na drie jaar gepresenteerd. Die bevestigen de non-inferioriteit van een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine als eerstelijnstherapie bij patiënten die nog geen behandeling hebben gekregen, ook als de viruslast hoger is dan 100.000 kopieën/ml.
Eerst even ter herinnering, de studies GEMINI 1&2 zijn tweelingstudies die werden uitgevoerd bij in het totaal 1.433 patiënten, overwegend mannen (85%) van gemiddeld 32 jaar die nog geen antiretrovirale behandeling hadden gekregen. 20% vertoonde bij inclusie een viruslast hoger dan 100.000 kopieën/ml en 8% had minder dan 200 CD4-cellen/mm³. De patiënten werden in twee even grote groepen ingedeeld. Een groep kreeg een eerstelijnstherapie met dolutegravir en lamivudine en de andere een klassieke drievoudige combinatietherapie met dolutegravir + TDF/FTC.
De belangrijkste gegevens na drie jaar follow-up (144 weken) bevestigen klinisch het nut van een tweevoudige combinatietherapie als eerstelijnstherapie op lange termijn.
- Virologische werkzaamheid: de nieuwe gegevens bevestigen de uitgangshypothese van de studies GEMINI 1&2, zijnde de non-inferioriteit van de tweevoudige combinatietherapie versus de klassieke drievoudige combinatietherapie. Na een follow-up van 3 jaar was de viruslast bij 82% van de patiënten bij wie een tweevoudige combinatietherapie was gestart, en 84% van de patiënten die een klassieke drievoudige combinatietherapie kregen, nog altijd onmeetbaar laag (< 50 kopieën/ml). Het percentage virologische mislukking bleef zeer laag, ongeveer 3% in de totale populatie van de twee studies: 12 patiënten van de 'dolutegravir-lamivudine'-groep (van wie 1 pas na 96 weken) en 9 patiënten van de groep die de klassieke drievoudige combinatietherapie kreeg (van wie 2 na 96 weken).
- Bij analyse van het percentage patiënten met een onmeetbaar lage viruslast (< 50 kopieën/ml) volgens de initiële viruslast en het initiële aantal CD4-cellen waren de twee behandelingen nog altijd vergelijkbaar ongeacht of de initiële viruslast hoger of lager was dan 100.000 kopieën/ml. Als het initiële aantal CD4-cellen < 200 cellen/mm³ was, waren de resultaten minder goed. Het aantal patiënten met een onmeetbaar lage viruslast na drie jaar bedroeg dan slechts 67% met de tweevoudige combinatietherapie en 76% met de klassieke drievoudige combinatietherapie. Die gegevens treden het advies bij van experts die aanraden de behandeling niet te starten met een tweevoudige combinatietherapie als het aantal CD4-cellen lager is dan 200.
- Het veiligheidsprofiel bleef goed en was identiek in de twee behandelingsgroepen.
- Eén enkele patiënt die werd behandeld met dolutegravir/lamivudine, maar de behandeling bijzonder slecht naleefde, heeft een M184V-mutatie ontwikkeld na 132 weken en een R263K-mutatie na 144 weken. Daarom werd de behandeling stopgezet en werd overgeschakeld op een drievoudige combinatietherapie met dolutegravir + doravirine/cobicistat. Met die behandeling werd de viruslast weer snel onmeetbaar laag zonder andere problemen.
Afspraak dus voor de volgende follow-upgegevens op het volgende grote congres over hiv. De langetermijngegevens bevestigen het nut van een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine als eerstelijnstherapie behalve bij patiënten die voor de start van de behandeling < 200 CD4-cellen/mm³ hebben.
Ref.: Cahn P. et al. Abstract P018, HIV-Glasgow 2020.