Variabiliteit van glykemie en complicaties van type 1-diabetes

In België wordt continue monitoring van de glykemie in real time terugbetaald als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Op die manier konden vorsers bij 515 patiënten met type 1-diabetes tal van parameters van de variabiliteit van de glykemie op korte termijn bepalen die voordien niet of niet vlot konden worden vastgesteld. Deze informatie vormt een aanvulling op wat we al weten over de variabiliteit op lange termijn, die wordt gemeten aan het HbA1c-gehalte.
De onderzoekers konden bevestigen dat de duur van de diabetes en het HbA1c-gehalte correleren met microvasculaire complicaties (perifere of autonome neuropathie, retinopathie en nefropathie). Ook werd een correlatie gevonden met de tijd dat de glykemie binnen de streefwaarden (70-180 mg/dl) lag als die complicaties werden beschouwd als een samengesteld geheel (bestaan van minstens één complicatie).
De tijd dat de glykemie binnen de streefwaarden lag, beschermde vooral tegen retinopathie, terwijl het risico op nefropathie vooral werd bepaald door de duur van de diabetes en het HbA1c-gehalte. Naast de duur van de diabetes correleerde ook een bredere standaarddeviatie van de glykemie significant met een hoger risico op perifere en autonome neuropathie.
De nieuwe parameters blijken maar zwakke voorspellers te zijn van het risico op macrovasculaire complicaties. Het risico op macroangiopathie hing vooral af van de leeftijd en het HbA1c-gehalte. Een glykemie die langer binnen de streefwaarden lag, was de enige onafhankelijke factor die correleerde met een lager risico op ziekenhuisopname wegens hypoglykemie of ketoacidose.
Naar de presentatie van A El Malahi, mondelinge presentatie 36, European Association for the Study of Diabetes (EASD) virtual meeting 2020.