Prik- of snijongeval schering en inslag

Jaarlijks worden in de EU meer dan een miljoen zorgverleners het slachtoffer van een prik- of snijongeval. In België hebben twee op drie verpleegkundigen al zo'n ongeval meegemaakt. De sectorfederatie beMedTech pleit voor een kordate aanpak van dit probleem.
Bij prik- en snij-incidenten loopt een zorgverlener een ernstig risico op infectie met door bloed overgebrachte ziekteverwekkers, zoals hepatitis B, hepatitis C en hiv. Dergelijke ongevallen zijn nochtans perfect te voorkomen door het gebruik van veiligheidsmateriaal en veilige procedures. Daarom bundelt de Belgische federatie van de industrie van de medische technologieën beMedTech de krachten met de Algemene Unie van Verpleegkundigen van België (AUVB-UGIB-AKVB) en de Belgische Vereniging van Laboratorium Technologen (ABTL-BVLT) om het probleem op de agenda te zetten.
Belgische cijfers
Schattingen geven aan dat er in de EU jaarlijks ruim 1 miljoen dergelijke incidenten voorkomen. In Duitsland maakte 1 op 6 verpleegkundigen, artsen en medische studenten al een prik- of snijongeval mee. Volgens de laatst gepubliceerde cijfers (uit 2010) zijn er in België jaarlijks 9,4 accidentele bloedcontacten per 100 bezette bedden.
Om de omvang van het probleem in kaart te brengen, liet beMedTech door de KU Leuven een survey uitvoeren onder verpleegkundigen en medisch labotechnologen. Meer dan de helft van de respondenten (55%) gaf aan in zijn of haar loopbaan al minstens één prikongeval te hebben opgelopen. Bij de verpleegkundigen was dat 64%. De meeste prik- en snijongevallen met verpleegkundigen deden zich voor in de patiëntenkamer (35%), en een op drie ongevallen gebeurde tijdens het gebruik van een naald.
Uit de survey blijkt dat ervaring een grote rol speelt bij het vermijden van prik- en snijongevallen. Hoe meer anciënniteit de zorgverlener heeft, hoe kleiner de kans dat deze in het afgelopen jaar een prik- of snijongeval had.
Genegeerd
De respondenten geven ook aan dat heel wat incidenten onder de radar blijven omdat ze niet gemeld en dus niet geregistreerd worden. Meer dan één op vijf respondenten meldde het laatste incident niet, meestal omdat er geen besmettingsgevaar was of vermoed werd. Van de respondenten die hun recentste laatste prik- of snijongeval niet rapporteerden, deed een kwart dat uit angst. Daaruit concluderen de onderzoekers dat er een taboe rust op het rapporteren van dergelijke ongevallen.
Een andere verontrustende vaststelling is dat slechts de helft van de deelnemers aangaf voldoende opleiding te krijgen over het gebruik van (veilig) prik- en injectiemateriaal.
Veiligheidssysteem
Het gebruik van medische hulpmiddelen met veiligheidssysteem is nochtans een effectieve manier om het aantal ongevallen te reduceren. Volgens internationaal onderzoek reduceert het gebruik van dergelijke safety devices, in combinatie met onderwijs en training, het risico op prikverwondingen met maar liefst 93%. In België realiseerden verschillende ziekenhuizen een gelijkaardige reductie.
Toch verloopt de introductie van veiligheidsmateriaal erg moeizaam. Volgens cijfers van beMedTech is slechts 1 op 10 van de verkochte hypodermische naalden voorzien van een veiligheidssysteem, voor vacuüm bloedafnamenaalden is dit ongeveer 2 op 10. Volgens beMedTech heeft dat vooral te maken met de hogere aankoopprijs.
Nochtans zou het veralgemeend gebruik van safety devices niet alleen een voordeel voor de zorgverleners opleveren, maar ook een minderuitgave voor het globale gezondheidsbudget. Daarom roept beMedTech de overheid op om de nodige budgettaire ruimte vrij te maken. Zorginstellingen zouden ook financieel beloond kunnen worden op basis van kwaliteitsindicatoren zoals de prevalentie van incidenten.
beMedTech roept op tot een actief veiligheidsbeleid ter preventie van prik- en snijongevallen. Dat moet gebaseerd zijn op vijf kernpunten.
Aanbevelingen
Betere rapportering en monitoring
Er moet een gestandaardiseerde meldingsprocedure voor prik- en snijongevallen komen. Binnen de zorginstellingen moet elk incident gerapporteerd worden, en er moet een nationaal gecentraliseerd register komen.
Verdere introductie van veiligheidsmateriaal en veilige procedures
Het gebruik van instrumenten voorzien van een veiligheidssysteem beperkt het risico op prik- en snijongevallen. De introductie hiervan moet gestimuleerd worden.
Budgettaire ruimte voor zorginstellingen
De transitie naar veiligheidsmateriaal vergt een aanzienlijke financiële inspanning. Hiervoor moet voldoende budgettaire ruimte worden vrijgemaakt.
Investering in opleiding en bewustmaking
Zorgverleners moeten zich bewust worden van de gevaren van prik- en snijongevallen en getraind worden in het gebruik van (veilig) prik- en injectiemateriaal.
Bindende wetgeving en striktere naleving
Het huidige wetgevend kader is te vrijblijvend. Het gebruik van veiligheidsmateriaal op de werkvloer moet wettelijk verplicht worden. Bovendien moet beter toegekeken worden op de naleving.