PremiumHiv

Niertransplantatie tussen hiv-patiënten: gegevens in het reële leven

photo

In het tijdschrift American Journal of Transplantation werd een verkennende, Amerikaanse, observationele, multicentrische studie uitgevoerd in het reële leven gepubliceerd. Volgens die studie is transplantatie van een nier van een hiv-geïnfecteerde donor bij een hiv-geïnfecteerde ontvanger haalbaar en zijn de overleving van de patiënt en de overleving van het transplantaat even goed als na een klassieke transplantatie tussen een hiv-negatieve donor en een hiv-positieve ontvanger. Hiv-geïnfecteerde patiënten blijken minder toegang te hebben tot transplantatie en vertonen een hogere sterfte op de wachtlijst. Tegen die achtergrond zijn die nieuwe gegevens dus hoopgevend en kan het probleem misschien uit de wereld worden geholpen.

Jean-Luc Schouveller - 11 september 2020

Seropositieve transplantatie: flagrante ongelijkheden wegwerken

Het aantal hiv-geïnfecteerde patiënten met terminaal nierfalen dat een niertransplantatie nodig heeft, stijgt. De eerste onderzoeken in Zuid-Afrika hebben geleerd dat het mogelijk is een nier van een hiv-geïnfecteerde donor met succes te transplanteren bij een hiv-geïnfecteerde ontvanger. In 2013 heeft het Amerikaanse congres de HOPE-weg (HIV Organ Policy Equality) goedgekeurd, die dergelijke transplantaties toestaat voor researchdoeleinden. In het kader van het 'Hope in Action'-onderzoeksproject heeft een groep vorsers een observationele studie uitgevoerd om het effect van een seropositieve transplantatie (zoals een dergelijke interventie wordt genoemd) op de patiënt en het transplantaat te evalueren in het reële leven en vooral om die resultaten te vergelijken met de resultaten die worden behaald na transplantatie van een nier van een hiv-negatieve donor bij een hiv-geïnfecteerde ontvanger.

Hope in Action

De studie werd uitgevoerd bij 75 hiv-geïnfecteerde patiënten bij wie tussen 2016 en 2019 een nier van een overleden donor was overgeplant in 14 referentiecentra in de USA. In een derde van de gevallen (n = 25) was ook de donor hiv-positief; in twee derde van de gevallen ging het om een klassieke transplantatie met een nier van een hiv-negatieve donor.

De mediane leeftijd van de getransplanteerde patiënten was 51 jaar. 71% waren mannen. 85% waren Afro-Amerikanen en 23% was tevens geïnfecteerd met het HCV. Alle patiënten kregen een antiretrovirale behandeling en hadden een onmeetbaar lage virale belasting. Het aantal CD4-cellen was hoger dan 500, wat erop wees dat het immuunsysteem in vrij goede doen was. Geen enkele patiënt vertoonde een opportunistische infectie, maar 16% had wel al ooit een opportunistische infectie opgelopen. De frequentste oorzaak van terminaal nierfalen was hypertensie (36%), gevolgd door aantasting van de nieren door het hiv.

Van de 57 overleden donoren waren er 15 hiv-positief. 9 kregen voor overlijden een antiretrovirale behandeling. Bij de 6 andere donoren, die niet werden behandeld, bedroeg de gemiddelde virale belasting 183.000 kopieën/ml. Hun gemiddelde leeftijd was 30 jaar. De gemiddelde follow-up was 1,4 jaar in de groep met een hiv-positieve donor en 1,8 jaar in de groep met een hiv-negatieve donor.

Een ongevaarlijke optie

Een samenvatting van de belangrijkste resultaten van de studie, die aantoont dat transplantatie tussen hiv-geïnfecteerde patiënten nagenoeg even goed is als een klassieke transplantatie van een hiv-negatieve donor naar een hiv-geïnfecteerde ontvanger.

  • Op het einde van de studie bedroeg de overleving 100% in beide groepen. Er viel dus geen enkel overlijden te betreuren, wat zeer belangrijk is.
  • Het risico op acute nierschade waarvoor dialyse vereist was, tijdens de eerste week na transplantatie was hoger na transplantatie van een hiv-negatieve donor bij een hiv-positieve ontvanger (42%) dan na een transplantatie tussen hiv-geïnfecteerde patiënten (12%).
  • De eenjaarsoverleving van het transplantaat was uitstekend (hoger dan 90%) en vergelijkbaar in de twee groepen. Er werden 7 mislukkingen geregistreerd, waarvan slechts twee na transplantatie van een nier van een hiv-positieve donor.
  • Het percentage rejectie na 1 jaar was hoger als de donor hiv-positief was (50%), dan als de donor hiv-negatief was (30%), maar het verschil was niet statistisch significant. Bovendien betrof het in de meerderheid van de gevallen slechts één episode van rejectie.
  • Na een jaar was de nierfunctie vergelijkbaar in de twee groepen.
  • Het percentage ernstige bijwerkingen, infecties waarvoor een ziekenhuisopname vereist was, en opportunistische infecties was vergelijkbaar.
  • Er zijn viergevallen van heropflakkering van het virus beschreven als gevolg van onderbreking van de antiretrovirale behandeling wegens economische redenen en niet wegens resistentie. Na hervatting van de antiretrovirale behandeling is de virale belasting telkens weer onmeetbaar laag geworden.

Ref.: Durand C.M. et al. American Journal of Transplantation, online gezet op 23/07/2020.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine