PremiumHiv

Antiretrovirale behandeling: structurele verandering vetcellen en metabole gevolgen lange termijn

photo

Volgens een nieuwe analyse van de gegevens van de ACTG A5257-studie, die onlangs online werd gepubliceerd in het tijdschrift Clinical Infectious Diseases, gaan de structurele veranderingen van het vetweefsel die worden veroorzaakt door bepaalde antiretrovirale middelen, gepaard met meer ontsteking, stoornissen van de serumlipiden en insulineresistentie. Die laatste kunnen negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van hiv-geïnfecteerde patiënten, ongeacht de mate van gewichtstoename.

Jean-Luc Schouveller - 29 april 2020

Ernstigere gevolgen op lange termijn dan de kilo's te veel

In een aantal grote gerandomiseerde klinische studies werd een gewichtstoename vastgesteld na het starten van een antiretrovirale behandeling, vooral bij patiënten met een laag aantal CD4-cellen en een hoge virale belasting en patiënten die werden behandeld met TAF of een integraseremmer. Vorsers en clinici vragen zich af wat de oorzaak van die gewichtstoename is en vooral wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn op cardiovasculair en metabool vlak. Een antiretrovirale behandeling is immers per definitie een levenslange behandeling. Eigenlijk blijken we daar heel weinig over te weten. Volgens de ADVANCE-studie correleert de gewichtstoename tijdens een antiretrovirale behandeling met een hoger risico op diabetes, maar niet met een hoger risico op hart- en vaataandoeningen. Bij analyse van de D: A: D-cohorte werd geen hoger risico op hart- en vaataandoeningen gemeten bij de patiënten die waren aangekomen in gewicht. Een gewichtstoename of toename van de hoeveelheid vetweefsel zijn trouwens niet de enige voorspellers van hart- en vaataandoeningen of metabole ziekten. Belangrijk zijn ook de structurele veranderingen van het vetweefsel. Dat is het onderwerp van deze studie.

Belang van de dichtheid van het vetweefsel

Lipodystrofie is een van de bijwerkingen van de oudere antiretrovirale middelen. Daarmee weten we dat die geneesmiddelen de structuur van het vetweefsel kunnen veranderen. Dokter Paula Debroy en dokter Jordan Lake van de Universiteit van Texas hebben de veranderingen in de distributie van het vetweefsel en de mogelijke correlatie ervan met bepaalde cardiovasculaire markers geanalyseerd bij de patiënten van de ACTG A5257-studie. Die studie heeft de virologische werkzaamheid en de veiligheid gedurende 96 weken onderzocht bij patiënten die nog geen behandeling hadden gekregen.

De patiënten werden in drie behandelingsgroepen ingedeeld: raltegravir, darunavir/ritonavir en atazanavir/ritonavir telkens in combinatie met TDF/emtricitabine. In die studie waren de resultaten beter bij behandeling met raltegravir dan met een combinatietherapie gebaseerd op een gebooste proteaseremmer. Bij een retrospectieve analyse bleken de patiënten die werden behandeld met raltegravir, echter significant vaker te evolueren naar overgewicht of obesitas. De vorsers hebben hun studie uitgevoerd bij de 228 patiënten van de ACTG A5257-studie bij wie een CT-scan was uitgevoerd na 0 en 96 weken. Die groep bestond vooral uit mannen (89%).

Het initiële aantal CD4-cellen was laag (344), de virale belasting was matig hoog (31 263) en de body mass index bedroeg gemiddeld 24,5 kg/m². De vorsers hebben hoofdzakelijk de dichtheid van het vetweefsel onderzocht. Dichter vetweefsel bevat immers kleinere adipocyten. Minder dicht vetweefsel bevat hypertrofische adipocyten met grotere vetdruppels. Volgens studies van een Franse groep correleren hypertrofische adipocyten met een behandeling met integraseremmers. De Franse collegae denken ook dat dit een gevolg zou kunnen zijn van de behandeling.

Initiële virale belasting en effect op de structuur van het vetweefsel

In de drie behandelingsgroepen die de Texaanse vorsers hebben onderzocht, daalde de dichtheid van het subcutane en viscerale vetweefsel significant tijdens een follow-up van 96 weken. Er was echter geen significant verschil tussen de drie behandelingsgroepen. Een hogere virale belasting bij inclusie in de studie correleerde met een sterkere daling van de dichtheid van het subcutane en viscerale vetweefsel. Het vrouwelijke geslacht correleerde met een daling van de dichtheid van het subcutane vetweefsel. De veranderingen van de dichtheid van het vetweefsel correleerden met veranderingen van meerdere laboratoriummarkers die wijzen op metabole stoornissen: de non-HDL-cholesterolconcentratie, de serumtriglyceriden, adiponectine, leptine en de verhouding triglyceriden/HDL. De auteurs concluderen dat de virale belasting voor behandeling de belangrijkste voorspeller is van ontwikkeling van hypertrofische adipocyten en niet de aard van de behandeling. Die conclusie is gebaseerd op hun vaststelling dat de dichtheid van het subcutane en viscerale vetweefsel het laagst was bij de patiënten met de hoogste virale belasting bij inclusie in de studie. Die resultaten moeten uiteraard nog worden bevestigd door langere, meer gerichte studies. Ook moeten we nagaan hoe de recentere antiretrovirale middelen in het vetweefsel dringen.

Ref: Debroy P. et al. Clinical Infectious Diseases, Online gepubliceerd voor de papieren versie op 28/02/2020.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine