ATLAS-studie: maandelijkse injecties van cabotegravir en rilpivirine LA bij behandelde patiënten

Er wordt verder werk gemaakt van een eenvoudigere antiretrovirale behandeling. Na de 2DR-schema's (tweevoudige combinatietherapie) is er nu een schema van maandelijkse injectie van cabotegravir en rilpivirine LA. Dat schema werd uitgetest in de ATLAS-studie bij hiv-geïnfecteerde patiënten met een onmeetbaar lage virale belasting tijdens een klassieke orale drievoudige combinatietherapie.
De ATLAS-studie is een gerandomiseerde, open, multicentrische non-inferioriteits-fase 3-studie die werd uitgevoerd bij 616 patiënten die al een klassieke drievoudige combinatietherapie kregen en bij wie de virale belasting sinds minstens zes maanden lager was dan 50 kopieën/ml.
De patiënten werden ingedeeld in twee even grote groepen met elk 308 patiënten. Eén groep heeft de klassieke orale behandeling voortgezet en de andere kreeg maandelijkse injecties van cabotegravir en rilpivirine LA.
Na 48 weken werden de volgende resultaten gerapporteerd:
- Bij vijf patiënten (1,6%) die maandelijkse injecties kregen, en drie patiënten (1%) die verder de klassieke orale drievoudige combinatietherapie kregen, was de virale belasting 50 kopieën/ml of hoger. Dat resultaat voldeed aan het vooraf vastgelegde criterium van non-inferioriteit.
- De virale belasting was onmeetbaar laag (lager dan 50 kopieën/ml) bij 92,5% van de patiënten die maandelijkse injecties van cabotegravir en rilpivirine LA kregen, en bij 95,5% van de patiënten die de klassieke orale drievoudige combinatietherapie kregen. Ook dat resultaat voldeed aan het vooraf vastgelegde criterium van non-inferioriteit.
- Een virologische mislukking werd waargenomen bij drie patiënten die de injecties kregen, en bij vier patiënten die de klassieke drievoudige combinatietherapie kregen.
- Het percentage bijwerkingen was hoger in de groep die injecties kreeg. Meestal ging het om reacties op de plaats van injectie en die waren licht tot matig ernstig. Dat resultaat was te verwachten gezien de wijze van toediening. De reacties waren van voorbijgaande aard en hadden weinig invloed op de persistentie van de behandeling: slechts 1% van de patiënten heeft het schema stopgezet wegens reacties op de prikplaats.
Tot besluit, na 48 weken bleek een schema van maandelijkse injecties van cabotegravir en rilpivirine LA niet minder goed dan een klassieke orale drievoudige antiretrovirale behandeling bij patiënten die eerder al werden behandeld.
Ref.: Swindells M.B. et al. NEJM 2020;382:1112-1123.