Bijwerkingen van PPI's: kennis, perceptie en gevolgen

Vorsers hebben een peiling uitgevoerd bij artsen en patiënten om na te gaan wat ze weten over de bijwerkingen van protonpompremmers, hoe ze aan die informatie komen en welke invloed dat heeft op het gedrag van de patiënten en de praktijkvoering van de artsen. Ze hebben daarvoor aan 277 volwassen patiënten en 83 artsen (67 eerstelijnsartsen en 16 specialisten) gevraagd om een vragenlijst in te vullen.
45% van de 277 patiënten verklaarde de bijwerkingen van protonpompremmers te kennen. Ze maakten zich het meeste zorgen over botfracturen en osteoporose (respectievelijk 42% en 44% van de patiënten).
60% van de 83 ondervraagde artsen maakte zich zorgen over de bijwerkingen van protonpompremmers en net zoals de patiënten maakten ze zich het meeste zorgen over het risico op fracturen (46%) en osteoporose (49%).
De patiënten haalden hun informatie over bijwerkingen vaker uit niet-medische bronnen dan artsen (respectievelijk 66% en 38%), wat uiteraard geen verrassing was.
Bijna 40% van de respondenten die een protonpompremmer innamen, verklaarde dat ze daarom hun gedrag hadden aangepast, zonder er daarom per se over te spreken met hun arts. Een dergelijke gedragsverandering werd vaker waargenomen bij patiënten van 65 jaar en ouder (OR 4,07; p = 0,03) en bij patiënten die bang waren voor de bijwerkingen van protonpompremmers op lange termijn (OR 2,31; p = 0,04).
37% van de artsen heeft hun praktijkvoering gewijzigd gezien het risico op bijwerkingen.
G Ghosh et al. Aliment Pharmacol Ther. 30 okt 2019. [Online gepubliceerd voor de papieren versie]. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/apt.15522