Voedselretentie in de maag bij endoscopie en ernst van cirrose

De maaglediging verloopt vaak trager bij cirrosepatiënten, en dat zou een gedeeltelijke verklaring kunnen zijn voor het feit dat ze vaak maag-darmproblemen hebben. Een Amerikaanse groep is uitgegaan van de hypothese dat maagretentie vaker voorkomt bij cirrosepatiënten en correleert met de ernst van de cirrose. Voedselretentie bij oesofagogastroduodenoscopie werd beschouwd als een teken van tragere maaglediging.
De vorsers hebben hun retrospectieve casus-controleonderzoek uitgevoerd tussen 2000-2015 bij 364 patiënten met een bewezen cirrose bij wie in het totaal 1.044 keer een endoscopisch onderzoek was uitgevoerd, en bij 519 controlepersonen zonder leverziekte bij wie in het totaal 881 keer een oesofagogastroduodenoscopie was uitgevoerd.
40 (4,5%) patiënten vertoonden tekenen van voedselretentie in de maag bij endoscopie. Dat aantal was duidelijk hoger bij cirrosepatiënten dan in de controlegroep (respectievelijk 9,1% en 1,4%; p < 0,001) (gecorrigeerde odds ratio 5,83, 95% BI 2,32-14,7, p < 0,001).
Bij multivariate logistische regressieanalyse correleerden naast de cirrose de volgende factoren significant met een hogere waarschijnlijkheid van tekenen van voedselretentie bij endoscopie:
- gedecompenseerde levercirrose (Child-Pugh C): OR 4,29 (1,43-12,9); p = 0,01,
- diabetes (type 1- of type 2-diabetes): OR 2,34 (1,08-5,06); p = 0,031),
- gebruik van opiaten: OR 3,08 (1,29-7,34); p = 0,011.
DB Snell et al. World J Hepatol. 2019; 11: 725-34.