PrEP: risico op resistentie?

In een groot Canadees cohortonderzoek was het percentage resistentie tegen emtricitabine en tenofovir, de twee werkzame stoffen in PrEP, zeer laag bij hiv-geïnfecteerde patiënten die al vele jaren werden behandeld. Bij uitbreiding mag worden aangenomen dat de potentiële impact van resistentie op de transmissie van het virus laag is bij mensen die een PrEP gebruiken. Geruststellende resultaten, die echter nog moeten worden bevestigd door goede directe studies.
Deze zeer uitgebreide studie geeft o.a. informatie over de evolutie van het percentage resistentie tegen tenofovir en emtricitabine, de twee werkzame stoffen in PrEP. De cumulatieve frequentie van resistentie tegen tenofovir bij de ongeveer 6.500 patiënten die voor het starten van de antiretrovirale behandeling geen resistentie tegen tenofovir vertoonden, bedroeg 0,27% na 1 jaar, 0,55% na 3 jaar en 0,70% na 5 jaar. De cumulatieve frequentie van resistentie tegen emtricitabine (follow-up van 6.601 patiënten) was 1,2% na 1 jaar, 2,5% na 3 jaar en 3,3% na 5 jaar. De vorsers leiden daaruit af dat het risico op transmissie van het virus tijdens PrEP als gevolg van opduiken van resistentie laag is. Dat is echter een indirecte conclusie. Verder onderzoek naar het risico op transmissie van het virus is wenselijk om ons volledig te kunnen geruststellen.
Ref.: Younger J. et al. Antiviral Therapy, online gepubliceerd in maart 2019.