Chemseks op de terugweg?

Chemseks is sterk in de mode bij homoseksuelen. De Britse AURAH2-studie is het eerste prospectieve onderzoek naar chemseks dat werd uitgevoerd in drie klinieken voor seksuele gezondheid in Londen en Brighton die gespecialiseerd zijn in de behandeling, de follow-up en de begeleiding van al dan niet hiv-geïnfecteerde patiënten die verslaafd zijn aan allerhande zaken. In deze studie is het aantal aanhangers van chemseks in drie jaar tijd met twee derde gedaald.
De auteurs hebben 622 homo- of biseksuele MSM die al dan niet hiv-positief waren, gerekruteerd in drie grote centra voor seksuele gezondheid in Londen en Brighton. Die centra leveren hoogstaande zorg aan de LGBT-gemeenschap en vooral aan verslaafden. De patiënten waren gemiddeld 34 jaar oud, 95% was gay, 84% was blank, 77% heeft universitaire studies gedaan en 88% had een vaste, goed betaalde betrekking. De vorsers hebben hen gevraagd om elke drie maanden online een gedetailleerde vragenlijst in te vullen over hun seksuele praktijken, partners en verslavingen.
Zoals in alle soortgelijke studies daalde het aantal respondenten mettertijd geleidelijk. 622 mannen hebben de eerste vragenlijst ingevuld, 458 de vragenlijst na 12 maanden, 376 de vragenlijst na 24 maanden en 72 de vragenlijst na 36 maanden. Bij de eerste vragenlijst zei 32% chemseks te hebben gehad tijdens de laatste drie maanden. Meestal werd daar mefedron (25%) voor gebruikt, gevolgd door GHB/GBL (20%) en kristalmetamfetamine (11%). Bij de laatste vragenlijst 36 maanden na het begin van de studie gaf 9% aan nog mefedron te gebruiken bij het vrijen en 8% GHB/GBL. Alle verschillen waren statistisch significant. Enkel het gebruik van kristalmetamfetamine was constant gebleven. De verklaring voor die sterke daling van chemseks tijdens de studie is volgens de onderzoekers niet dat de mannen die kristalmetamfetamine gebruikten, vaker de studie zouden hebben stopgezet dan mannen die minder risico liepen. Mogelijke verklaringen zijn volgens hen de begeleiding en ernstige follow-up van de verslaving in die centra, het feit dat regelmatig gevraagd werd om een vragenlijst in te vullen, die tot nadenken zou kunnen stemmen en waardoor de patiënten zich bewust zouden kunnen worden van de gevolgen van hun daden, en van een zuiver statistisch verschijnsel, "regressie naar het gemiddelde".
Tijdens de drie jaar hebben de onderzoekers nog andere gedragsveranderingen opgemerkt: minder onbeschermde seks, minder groepsseks, minder relaties met partners waarvan de hiv-toestand niet bekend was. Dat verklaart meteen ook de sterke daling van de incidentie van soa tijdens de studie: van 26% naar 10%. Belangrijk is verder dat in deze longitudinale studie geen correlatie werd teruggevonden tussen chemseks en een nieuwe diagnose van hiv-infectie: in die populatie werden tijdens de drie jaar durende studie slechts 15 gevallen van seroconversie geregistreerd.
Ref.: Sewell J. et al. International Journal of Drug Policy 2019, 68:54-61.