2DR als onderhoudstherapie: gegevens DAT'AIDS-studie uit het reële leven

Almaar vaker worden lichtere combinaties van twee antiretrovirale middelen (2DR) gebruikt als onderhoudstherapie. Over de werkzaamheid van die tweevoudige combinatietherapieën in het reële leven is echter weinig bekend.
De meeste gegevens zijn afkomstig van studies bij kleine aantal patiënten die gedurende een zeer beperkte tijd werden gevolgd. Vandaar het belang van een analyse van de gegevens van de Franse, prospectieve DAT'AIDS-studie, die werd gepresenteerd door Clothilde Allavena (Hôpital Hôtel-Dieu, Nantes). In het totaal ging het om 3.484 patiënten bij wie tussen 2010 en 2017 een onderhoudstherapie met een 2DR werd gestart.
Een lange studie
Om redenen van helderheid en eenvoudigheidshalve hebben de Franse vorsers hun onderzoek uitgevoerd bij 3.484 van de 5.286 patiënten van de prospectieve DAT'AIDS-studie, bij wie tussen 2010 en 2017 een onderhoudstherapie met een 2DR was gestart, meer bepaald de 3.484 patiënten die werden behandeld met de frequentste 2DR's, namelijk dolutegravir/rilpivirine (28%), dolutegravir/lamivudine of emtricitabine (19%), darunavir-ritonavir/raltegravir (18%), darunavir-ritonavir/lamivudine of emtricitabine (10%) en raltegravir/etravirine (25%). Dit alles illustreert dat er al lang wordt gezocht naar oplossingen om de antiretrovirale behandeling te verlichten en dat tal van gevarieerde combinaties werden voorgeschreven om te komen tot het eerste 2DR dat momenteel zowel door de FDA als door het EMA is goedgekeurd als onderhoudstherapie, meer bepaald de combinatie dolutegravir/rilpivirine in de vorm van één enkele tablet.
Opmerkelijke resultaten
Die studie levert een goudmijn aan gegevens op. De belangrijkste vier punten zijn:
- Een 2DR werd overwegend voorgeschreven bij oudere patiënten die al lang werden behandeld. De gemiddelde leeftijd was inderdaad 54 jaar en die patiënten hadden gemiddeld al zeven verschillende combinaties van antiretrovirale middelen gekregen. Bij 28% van de patiënten was de behandeling gestart voor 1996 en bij 40% was al een virologische mislukking gedocumenteerd.
- De schema's zijn virologisch zeer effectief: het gemiddelde percentage virologische mislukking bedroeg maar 3,5%. Het laagste percentage werd gezien met combinaties op basis van dolutegravir (1,8% met dolutegravir/rilpivirine en 1,7% met dolutegravir/lamivudine of emtricitabine).
- De factoren die het vaakst correleerden met een virologische mislukking, waren een virale belasting > 100.000 kopieën/ml, een onmeetbaar lage virale belasting sinds minder dan 12 maanden, een voorgeschiedenis van virologische mislukking en een combinatietherapie met raltegravir en etravirine.
- Het hoogste percentage virologische mislukking in die cohorte werd gezien met de combinatie geboost darunavir/raltegravir (6,1%). Het verschil was echter niet statistisch significant doordat de studie statistisch niet krachtig genoeg was.
Deze en andere resultaten uit de reële klinische praktijk bevestigen het belang van 2DR's als onderhoudstherapie bij patiënten met een onmeetbaar lage virale belasting als alternatief voor een klassieke drievoudige combinatietherapie (switch).
Ref.: Allavena C. et al. Session P-H2, Abstract 493, CROI 2019, Seattle.