90-90-90: hoe doet Griekenland het?

Waarom halen we hier een studie aan die de resultaten van de 90-90-90-strategie van de VN in Griekenland heeft onderzocht? In eerste instantie omdat het intellectueel en wetenschappelijk gezien belangrijk is te weten hoe andere Europese landen 'presteren' in de strijd tegen het hiv en vooral omdat de studie toch de aandacht vestigt op het falen van het beleid in bepaalde patiëntengroepen in het land van Hippocrates. En dat is altijd interessant om onze eigen strategie tegen het hiv te verbeteren.
In 2015 telde Griekenland 14.147 hiv-geïnfecteerde patiënten. Bij 78,4% van de patiënten was de diagnose gesteld. 86% van die laatste patiënten werd gevolgd en van die patiënten werd 78,5% behandeld met antiretrovirale middelen. 86,4% van die patiënten werd regelmatig behandeld en gevolgd (percentage virologisch succes, gedefinieerd als een virale belasting van minder dan 200 kopieën/ml, 87,1%). Het percentage hiv-geïnfecteerde patiënten dat in Griekenland werd gevolgd en met succes werd behandeld, was in 2015 uiteindelijk maar 42,6%.
Daarom is er nood aan nieuwe inspanningen, die vooral mikken op twee groepen patiënten. Ten eerste, het screeningspercentage bij heteroseksuelen moet worden verhoogd. Dat bedraagt nu 77% tegen nagenoeg 90% bij mannen die seks hebben met mannen, en druggebruikers. Het zorgtraject is verder goed: het percentage virologisch succes bedroeg 46% tegen 55% bij mannen die seks hadden met mannen. Ten tweede, het probleem van de druggebruikers. Het screening- en het follow-uppercentage zijn goed, maar slechts 65% van die patiënten werd behandeld, van wie 70% met succes. Op het einde van het zorgtraject bedroeg het percentage virologisch succes bij hiv-geïnfecteerde patiënten die drugs spuiten, slechts 28%. Nog een ander probleem zijn de migranten, die massaal in Griekenland toestromen. De screening van die migranten is goed (80%), maar de follow-up en vooral de behandeling laten te wensen over. In 2015 werd slechts 44% van de hiv-geïnfecteerde migranten met succes behandeld en regelmatig gevolgd.
Ref: Vourli G. et alors. PLoS ONE 2018;13(11);1-13.