miR-31: voorspellende én pathogenetische factor bij de ziekte van Crohn

Vorsers hebben een unieke stof ontdekt, meer bepaald miR-31. De concentratie van die stof voorspelt welk subtype patiënten met de ziekte van Crohn (type 1 of type 2) vertonen. Een dergelijke marker zou zeer nuttig kunnen zijn bij het bepalen van het therapeutische beleid.
Amerikaanse wetenschappers hebben een sequencing uitgevoerd van het micro-RNA in het colonweefsel van volwassenen en kinderen met of zonder de ziekte van Crohn. Zo hebben ze ontdekt dat miR-31 de klinische uitkomsten voorspelt en tevens een belangrijke rol speelt bij de pathogenese van de ziekte van Crohn.
De ziekte van Crohn is een zeer heterogene aandoening, waarvan de incidentie de laatste 50 jaar almaar is gestegen. Op grond van de miR-31-concentratie hebben de auteurs precies kunnen uitmaken of de patiënten een subtype 1 dan wel een subtype 2 vertoonden.
Bij volwassen patiënten was een lage miR-31-expressie in het colon op het ogenblik van chirurgie prognostisch ongunstig (vaker nood aan een ileostomie en vaker relaps in het neoterminale ileum). Bij kinderen resulteerde een lagere miR-31-expressie in het colon bij de diagnose met de latere ontwikkeling van fibreuze stenosen in het ileum, waarvoor chirurgie geïndiceerd was.
De auteurs hebben ook een ultramoderne kunstmatige darm ontwikkeld, intestinaal organoïd genoemd, waarmee ze humane biopten kunnen kweken met behoud van hun fysiologische functies. Dat vernieuwende systeem zou een platform kunnen vormen om ex vivo geneesmiddelen uit te testen.
De vorsers onderzoeken nu wat miR-31 precies doet en hoe belangrijk het is voor de integriteit van het darmepitheel.
(referentie: JCI Insight, 4 oktober 2018, DOI: 10.1172/jci.insight.122788)