GEMINI-1&2 heet van de naald

Elk internationaal congres met hiv-experts is een mooie gelegenheid om de evolutie van de patiënten in grote klinische studies te volgen. Zo ook in Glasgow, waar een nieuwe analyse werd gepresenteerd van het primaire eindpunt in de studies GEMINI-1&2 naargelang van de klinische en epidemiologische gegevens bij inclusie in de studie. Ook werden geruststellende gegevens wereldkundig gemaakt over de veiligheid en het eventuele opduiken van resistentie.
De studies GEMINI-1 en GEMINI-2 zijn soortgelijke fase III-studies, die de werkzaamheid en de veiligheid van een tweevoudige combinatietherapie, in casu dolutegravir + lamivudine, hebben vergeleken met die van een klassieke drievoudige combinatietherapie van dolutegravir + tenofovir/emtricitabine bij hiv-geïnfecteerde patiënten die nog geen antiretrovirale behandeling hadden gekregen.
In Amsterdam werden de resultaten over het primaire eindpunt, namelijk het percentage patiënten met een onmeetbaar lage virale belasting, na 48 weken gepresenteerd. Dat percentage was niet lager met de tweevoudige combinatie dan met de klassieke drievoudige combinatietherapie. Die non-inferioriteit werd in Glasgow bevestigd in een nieuwe analyse van het primaire eindpunt, maar ditmaal volgens een brede waaier van klinische en demografische kenmerken bij inclusie in de studie (leeftijd, geslacht, ras, virale belasting, aantal CD4-cellen). De tweevoudige combinatie dolutegravir + lamivudine blijkt dus een valabele optie te zijn als eerstelijnstherapie bij hiv-geïnfecteerde patiënten die nog geen behandeling hebben gekregen, ongeacht hun klinische of epidemiologische kenmerken. Het aantal patiënten dat de behandeling heeft stopgezet wegens bijwerkingen, was vergelijkbaar in de twee groepen. Het aantal bijwerkingen was hoger in de groep die de drievoudige combinatietherapie kreeg, dan in de groep die de tweevoudige combinatie kreeg.
Orkin C. et al. P021, HIV Glasgow 2018.