Comorbiditeit en overlijdensrisico: vrouwen betalen zware tol

Dankzij de nieuwe antiretrovirale middelen leven hiv-geïnfecteerde patiënten langer, wat een grote overwinning is. Maar oud worden met hiv staat gelijk met een snellere veroudering. De meeste patiënten ontwikkelen vroeger leeftijdsgebonden comorbiditeit die niet te wijten is aan de hiv-infectie. Nederlandse vorsers hebben de gegevens van de ATHENA-studie doorgenomen om het verband te evalueren tussen het bestaan van comorbiditeit en het overlijdensrisico en om het effect van het geslacht op dat risico te ramen.
De Nederlandse vorsers hebben daarvoor de gegevens geanalyseerd van 24.383 patiënten van de ATHENA-cohorte, die tussen 2000 en 2016 werden gevolgd. Bij het starten van de antiretrovirale behandeling was het gemiddelde aantal andere, niet aan de hiv-infectie gerelateerde aandoeningen hetzelfde bij mannen (0,26) als bij vrouwen (0,25).
In 2016, bij de laatste beschikbare gezondheidsevaluatie was er nog altijd geen verschil in comorbiditeit tussen mannen en vrouwen: 0,59 in beide gevallen. Het overlijdensrisico steeg met het aantal niet met de hiv-infectie samenhangende andere aandoeningen.
Per extra aandoening steeg het risico met factor 2,66. Mannen en vrouwen, eenzelfde strijd? Toch niet, want bij de patiënten met hoogstens drie andere aandoeningen was het overlijdensrisico hoger bij mannen, maar bij de patiënten met drie of meer andere aandoeningen was het overlijdensrisico hoger bij vrouwen en dat ongeacht het type comorbiditeit met uitzondering van niet met het virus samenhangende kanker. De nieuwe gegevens onderstrepen dus het belang van een snelle en krachtdadige aanpak van comorbiditeit bij hiv-geïnfecteerde patiënten die in remissie zijn dankzij de antiretrovirale behandeling, en vooral bij vrouwen.
Wit E. et al. Abstract O115, HIV Glasgow 2018.