Weinig GOR die niet reageert op protonpompremmers

Eigenlijk weten we niet hoeveel patiënten met een gastro-oesofageale reflux (GOR) niet reageren op protonpompremmers.
Een Italiaanse groep heeft een onderzoek uitgevoerd bij 573 consecutieve patiënten die niet goed reageerden op protonpompremmers, om de prevalentie van echte non-responders te ramen en om bij die patiënten na te gaan of niet-erosieve reflux naar de slokdarm, overgevoeligheid voor reflux en een functioneel brandend gevoel in de maag daarbij meespelen.
De onderzoekers hebben de frequentie en de ernst van meerdere verschijnselen (brandend gevoel in de maag, oprispingen, pijn in de borstkas, dysfagie, opboeren, epigastrische pijn, zich onwel voelen na de maaltijd, prikkelbaredarmsyndroom, gevoel van bol in de keel en symptomen in het neus-keel-oorgebied) geëvalueerd. Patiënten met slokdarmerosies bij endoscopie en patiënten met overwegend symptomen buiten de slokdarm werden uit de studie geweerd. Uiteindelijk ging het om een populatie van 297 patiënten zonder erosieve oesofagitis en met overwegend slokdarmsymptomen.
92 patiënten die minstens één slokdarmsymptoom minstens drie keer per week vertoonden, werden als therapieresistent beschouwd. Ze werden behandeld met esomeprazol 40 mg eenmaal per dag gedurende acht weken en werden daarna opnieuw geëvalueerd.
Van de 92 patiënten hebben er 60 niet op de behandeling gereageerd en bij die patiënten werden een 24 uurs-pH-meting en een 24 uursimpedantiemetrie van de slokdarm uitgevoerd. Volgens de resultaten van die onderzoeken vertoonde 32% van de patiënten die echt niet reageerden op protonpompremmers, een niet-erosieve reflux in de slokdarm; 42% vertoonde een verhoogde gevoeligheid voor reflux en 26% een functioneel brandend gevoel in de maag.
In deze studie uitgevoerd in een secundair zorgcentrum was het aantal echt therapieresistente patiënten lager dan de cijfers die in de literatuur zijn gepubliceerd. Na een zorgvuldige anamnese en een optimale behandeling met een protonpompremmer bedroeg de prevalentie ongeveer 20% (90/297) en werd in een derde van de gevallen een niet-erosieve reflux in de slokdarm teruggevonden.
M Ribolsi et al. Aliment Pharmacol Ther. 2018; 48: 1074-81. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/apt.14986