Nieuwe antidiabetica en neuropsychiatrisch risico

De gezamenlijke richtlijnen van de EASD en de ADA kennen een belangrijke plaats toe aan de nieuwe antidiabetica in het kader van een patiëntgerichte behandeling. Een studie die heeft onderzocht of de angst voor die geneesmiddelen wel gewettigd is, is dan ook welkom.
GLP-1-agonisten (agonisten van de receptor voor glucagon-like peptide-1) en DPP-4-remmers (remmers van het dipeptidylpeptidase-4) zouden schadelijke neuropsychiatrische effecten hebben. Deze studie werd uitgevoerd bij type 2-diabetespatiënten om dat verder uit te pluizen. Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van recente depressie en automutilatie. De studie werd uitgevoerd bij patiënten die hadden deelgenomen aan een groter cohortonderzoek bij patiënten bij wie een diagnose van type 2-diabetes was gesteld en een of ander antidiabeticum hadden gekregen tussen 2007 en 2016.
De onderzoekers hebben de patiënten in twee verschillende groepen ingedeeld:
- Patiënten die een behandeling met een DPP-4-remmer (n = 6.206, gemiddelde follow-up 324 dagen) of een sulfonylureumderivaat (n = 22.128, gemiddelde follow-up 299 dagen) hadden gekregen.
- De patiënten die een DPP-4-remmer hadden gekregen, waren jonger, waren minder vaak in het ziekenhuis opgenomen en vertoonden minder vaak nierinsufficiëntie.
- In die groep was de incidentie van depressie en automutilatie uitgedrukt in aantal gevallen per 1.000 patiëntjaren lager in de groep die DPP-4-remmers had gekregen (8,2 /1.000 patiëntjaren), dan in de groep die sulfonylureumderivaten had gekregen (11,7/1.000 patiëntjaren).
- Patiënten bij wie een behandeling met een GLP-1-agonist was gestart (n = 501, gemiddelde follow-up 397 dagen) of een sulfonylureumderivaat (n = 1.609, gemiddelde follow-up 292 dagen).
De patiënten die GLP-1-agonisten hadden gekregen, waren jonger, vaker van het vrouwelijke geslacht, hadden meer voorschriften gekregen tijdens het jaar voor inclusie in het cohortonderzoek en hadden een lager HbA1c-gehalte bij inclusie in de studie.
In die groep was de incidentie van depressie en automutilatie hoger bij de patiënten die waren behandeld met GLP-1-agonisten (18,2 /1.000 patiëntjaren), dan bij de patiënten die waren behandeld met sulfonylureumderivaten (13,6/1.000 patiëntjaren).
De auteurs concluderen dat die resultaten geruststellend zijn aangezien er geen klinisch relevante correlatie werd vastgesteld met depressie of automutilatie. De verschillen tussen enerzijds DPP-4-remmers en GLP-1-receptoragonisten en anderzijds sulfonylureumderivaten waren immers niet significant.
JM Gamble et al. BMJ Open. 2018; 8: e023830. https://bmjopen.bmj.com/content/8/10/e023830.long