Nierfunctie tijdens behandeling met antiretrovirale middelen

Welk effect heeft een behandeling met antiretrovirale middelen op de nierfunctie en vooral welke factoren werken nefrotoxiciteit in de hand en hoe kan je dat het best volgen? Een Amerikaanse studie, die in het tijdschrift AIDS werd gepubliceerd, probeert een antwoord te geven op de vele vragen die in de dagelijkse praktijk worden gesteld.
De auteurs hebben de nierfunctie en de proteïnurie gedurende een jaar gevolgd in drie patiëntengroepen: patiënten zonder hiv-infectie (controlegroep), hiv-geïnfecteerde patiënten die nog niet werden behandeld, en hiv-geïnfecteerde patiënten die werden behandeld. Eerste vaststelling: de geraamde glomerulusfiltratiesnelheid (eGFR) daalde significant meer bij de behandelde patiënten (daling met 0,8% versus 0,3% in de controlegroep).
De belangrijkste factoren die correleerden met een achteruitgang van de nierfunctie, waren inname van antiretrovirale middelen ongeacht de klasse, een leeftijd hoger dan 50 jaar, hypertensie, roken en type 2-diabetes. Een andere belangrijke vaststelling: behandelde hiv-geïnfecteerde patiënten vertoonden significant vaker proteïnurie (14,9% vs. 1,9% in de placebogroep) en de proteïnurie correleerde met de daling van de eGFR. Het is dus belangrijk om de proteïnurie te volgen om nefrotoxiciteit van de behandeling op te sporen.
Ref: Palella FJ et al. AIDS 2018;32(10):1247-1256.