Hiv en hypertensie: antiretrovirale middelen pleiten onschuldig

Een groep vorsers heeft de gegevens doorgenomen van een Deense cohorte, The Data Collection on Adverse Events of Anti-HIV Drugs (D:A:D). Ze hebben daarbij geen aanwijzingen gevonden van een significant verband tussen de inname van antiretrovirale middelen en hypertensie bij hiv-geïnfecteerde patiënten die worden behandeld met antiretrovirale middelen. Hun bevindingen bevestigen anderzijds de centrale rol van de klassieke risicofactoren voor hypertensie. Die blijven dus belangrijke targets bij de preventie.
In meerdere vroegere studies werd een zeker verband waargenomen tussen de klassieke risicofactoren en het bestaan van hypertensie bij hiv-geïnfecteerde patiënten. Toch blijft er discussie over de rol die antiretrovirale middelen spelen bij de pathogenese van die hypertensie. Om dat verder uit te pluizen, heeft een groep Deense vorsers de gegevens over een periode van vijf jaar geanalyseerd van de 33.278 patiënten die hadden deelgenomen aan de D:A:D-cohorte. 22,9% van de hiv-geïnfecteerde patiënten had hypertensie (dus een incidentie van 3,42 per 100 patiëntjaren).
Bij univariate analyse correleerde de cumulatieve blootstelling aan de meeste antiretrovirale middelen met een lichte stijging van het risico op hypertensie, maar na correctie voor demografische, metabole en aan het hiv-gerelateerde factoren werd enkel een significant verband gevonden tussen een behandeling met nevirapine en indinavir/ritonavir en hypertensie: stijging van het risico op optreden van hypertensie over een periode van vijf jaar met respectievelijk 7% en 12%.
De voorspellers van optreden van hypertensie zijn echter bekend: een hogere leeftijd, het mannelijke geslacht, diabetes, lipidenstoornissen, een hoge BMI, chronische nierinsufficiëntie en een laag aantal CD4-cellen, dus de meeste klassieke risicofactoren, die worden teruggevonden in de algemene populatie van mensen zonder hiv-infectie die geen antiretrovirale middelen krijgen.
Ref: Hatleberg CI et al. HIV Medicine 2018;19(9):605-618.