Statines en primaire preventie bij bejaarden

Meerdere studies hebben aangetoond dat statines gunstige effecten hebben bij de secundaire preventie van hart- en vaataandoeningen bij volwassenen, ook bij 75-plussers. De studies in de primaire preventie werden echter uitgevoerd bij bejaarden van 65 jaar of ouder.
Een Spaanse groep heeft een retrospectief cohortonderzoek uitgevoerd. Ze heeft daarvoor de gegevens doorgenomen van 46.864 mensen van 75 jaar of ouder (gemiddeld 77 jaar, 63% vrouwen) zonder bekende atherosclerose, die werden gestratificeerd naargelang van het al dan niet bestaan van type 2-diabetes en naargelang ze geen statines innamen dan wel recent met statines waren gestart.
Bij de proefpersonen van 75 tot 84 jaar zonder diabetes verlaagde een behandeling met statines de incidentie van atherosclerose (HR 0,94; 95% BI 0,86-1,04) en de totale sterfte ongeacht de doodsoorzaak (HR 0,98, 95% BI 0,91-1,05) niet. De overeenstemmende HR bij de proefpersonen van 85 jaar of ouder was respectievelijk 0,93 (95% BI 0,82-1,06) en 0,97 (95% BI 0,90-1,05).
Bij diabetespatiënten van 75-84 jaar daarentegen hebben ze een significante daling van de incidentie van atherosclerose ( HR 0,76, 95% BI 0,65-0,89) en van de totale sterfte (HR 0,84, 95% BI 0,75-0,94) vastgesteld. Dat effect werd echter niet meer teruggevonden bij diabetespatiënten van 85 jaar of ouder (HR respectievelijk 0,82 [95% BI 0,53-1,26] en 1,05 [95% BI 0,86-1,28]).
Die resultaten pleiten dus niet voor een veralgemeend gebruik van statines in de primaire preventie bij bejaarden en hoogbejaarden, maar pleiten wel voor zo'n behandeling bij type 2-diabetespatiënten jonger dan 85 jaar. "De gunstige effecten waren immers veel zwakker bij 85-plussers en werden niet meer teruggevonden bij negentigers."
R Ramos et al. BMJ. 2018; 362: k3359. https://www.bmj.com/content/362/bmj.k3359.long