Tweevoudige combinatietherapie: ernstige optie om behandeling hiv-infectie te starten

De FDA en het EMA hebben recentelijk de tweevoudige combinatietherapie dolutegravir en rilpivirine goedgekeurd, maar enkel om van behandeling te veranderen bij patiënten met een onmeetbaar lage virale belasting. Op de International AIDS Conference eind juli in Amsterdam werden de tussentijdse resultaten na 48 weken van de studies GEMINI 1 en 2 gepresenteerd. Die leren dat de behandeling zou kunnen worden verlicht, ook bij patiënten die nog geen antiretrovirale behandeling hebben gekregen. De studies tonen immers aan dat een tweevoudige combinatietherapie, met dolutegravir et lamivudine, bij dergelijke patiënten niet minder goed is dan een klassieke drievoudige combinatietherapie.
De identieke studies GEMINI 1 en GEMINI 2 werden uitgevoerd bij 1.433 patiënten bij wie pas een diagnose van hiv-infectie was gesteld en die nog geen antiretrovirale behandeling hadden gekregen. Het ging overwegend om mannen (85%) van het blanke ras (66%). De gemiddelde leeftijd was 32 jaar.
Bij inclusie had 80% van de patiënten een virale belasting < 100.000 kopieën/ml; 20% had een virale belasting van 100.000 tot 500.000 kopieën/ml. De meesten hadden meer dan 200 CD4-cellen/mm³. De patiënten werden in twee even grote groepen ingedeeld: hetzij een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine hetzij een klassieke drievoudige combinatietherapie met tenofovir (TDF), emtricitabine en efavirenz.
Het primaire eindpunt was het percentage patiënten met een onmeetbaar lage virale belasting (50 kopieën/ml). Na 48 weken follow-up bleek de tweevoudige combinatietherapie niet minder goed te zijn dan de klassieke drievoudige combinatietherapie. Het percentage patiënten met een onmeetbaar lage virale belasting bedroeg respectievelijk 91% en 93%.
Nog een ander interessant resultaat is het hoge responspercentage zowel bij de patiënten met een virale belasting < 100.000 kopieën/ml bij inclusie (91% met een tweevoudige combinatietherapie en 94% met een drievoudige combinatietherapie) als bij de patiënten met een virale belasting van 100.000 tot 500.000 kopieën/ml (respectievelijk 92% en 90%).
Een drievoudige combinatietherapie lijkt echter beter te zijn bij patiënten met een laag aantal CD4-cellen bij inclusie: het aantal patiënten waarbij de virale belasting onmeetbaar laag werd, bedroeg slechts 73% met de tweevoudige combinatietherapie tegen 93% met de klassieke drievoudige combinatietherapie.
Beide behandelingsschema's werden goed verdragen en waren veilig. De tweevoudige combinatietherapie veroorzaakte minder bijwerkingen (18%) dan de klassieke drievoudige combinatietherapie (24%). Het aantal patiënten dat de behandeling heeft stopgezet wegens bijwerkingen, was laag en identiek in de twee groepen (2%). Tijdens de eerste 24 weken evolueerden de nier- en botmarkers beter met de tweevoudige combinatietherapie dan met de drievoudige. Die laatste omvat immers TDF, waarvan bekend is dat het negatieve invloed heeft op de nierfunctie en het botmetabolisme.
Op grond van die tussentijdse resultaten concluderen de onderzoekers dan ook dat een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir plus lamivudine een ernstige en interessante optie is om de behandeling te verlichten bij hiv-geïnfecteerde patiënten bij wie een antiretrovirale behandeling wordt gestart, tenminste als die resultaten ook worden teruggevonden op het einde van die twee studies.
Ref.: Cahn P. et al. Abstract TUAB0106LB, International AIDS Conference 2018, 24/07/2018, Amsterdam.