Sterkere surveillance na in opzet curatieve resectie darmkanker

Je zou denken dat een sterkere bewaking alleen maar heilzaam kan zijn, maar in de geneeskunde, net zoals in andere domeinen, gaan logica en de werkelijkheid niet altijd samen.
COLOFOL is een internationale, multicentrische (24 centra) studie die werd uitgevoerd bij patiënten bij wie tussen januari 2006 en december 2010 een colorectale kanker stadium II of III werd uitgevoerd. De patiënten werden gerandomiseerd naar drie jaar intensieve follow-up na chirurgie (CT-scan van de thorax en het abdomen en bepaling van het carcino-embryonale antigeen na 6, 12, 18, 24 en 36 maanden; n = 1.253) of naar een minder frequente follow-up (zelfde onderzoeken, maar uitgevoerd na 12 en 36 maanden; n = 1.256).
De overigens zeer logische werkhypothese was dat recidieven en lever- of longmetastasen sneller kunnen worden gedetecteerd en behandeld met een nauwgezette follow-up, waar de kankerspecifieke viijfjaarssterfte zou dalen. Van de patiënten heeft 94,3% de studie afgewerkt. Het protocol werd goed nageleefd: gemiddeld aantal CT-scans 4,3 in de intensief gevolgde groep en 1,8 in de minder vaak gevolgde groep.
De totale sterfte na vijf jaar (primair eindpunt) bedroeg 13% in de intensief gevolgde groep en 14,1% in de andere groep. Het verschil van 1,1% was niet significant (p = 0,43).Evenmin was er een significant verschil in de specifieke vijfjaarssterfte (10,6% in de intensief gevolgde groep en 11,4% in de andere groep, p = 0,52) en de frequentie van recidief (respectievelijk 21,6% en 19,4%, p = 0,15).
Al bij al dus geen significant effect op de totale sterfte, de kankersterfte en de frequentie van recidief na vijf jaar. Ook al wordt sneller een recidief gedetecteerd in de intensief gevolgde groep, dat blijkt geen invloed te hebben op de sterfte.
P Wille-Jørgensen et al. JAMA. 2018; 319: 2095-103. https://jamanetwork.com/journals/jama/article-abstract/2681744