Endoscopische submucosale resectie of slokdarmresectie?

Volgens een retrospectief cohortonderzoek uitgevoerd in China geeft een endoscopische submucosale dissectie betere uitkomsten bij spinocellulair slokdarmcarcinoom T1a en T1b.
Deze studie werd tussen oktober 2011 en september 2016 in het echte leven uitgevoerd bij 598 patiënten die een endoscopische dissectie (n = 322) of een oesofagectomie (n = 274) hadden ondergaan.
Tijdens een mediane follow-up van 21 maanden (spreiding 6 tot 73 maanden) werd geen significant verschil in de totale sterfte (primair eindpunt) waargenomen tussen een endoscopische dissectie en een oesofagectomie (7,4% versus 10,9%; p = 0,209). Evenmin werd een significant verschil in recidief of metastasering waargenomen (9,1% versus 8,9%; p = 0,948).
Volgens een Cox-regressieanalyse is de diepte van tumorinvasie de enige factor die invloed uitoefent op de totale sterfte: driemaal hogere sterfte bij tumorinvasie in de muscularis mucosae (pT1a-m3) dan als de tumor niet verder reikte dan de lamina propria (pT1a-m2)
De specifieke sterfte was lager (3,4% versus 7,4%; p = 0,049) en ook de perioperatieve morbiditeit en mortaliteit waren lager: overlijden 0,3% versus 1,5% (p = 0,186) en ernstige, niet-fatale bijwerkingen 15,2% versus 27,7% (p = 0,001), met vooral significant minder slokdarmfistels (0,3% versus 16,4%; p = 0,001) en longcomplicaties (0,3% versus 3,6%; p = 0,004).
https://www.cghjournal.org/article/S1542-3565(18)30400-2/fulltext