Cardiovasculaire complicaties en prognose bij bejaarden

De GERODIAB-studie werd uitgevoerd bij 987 patiënten (mediane leeftijd 77 jaar) met type 2-diabetes die gedurende vijf jaar werden gevolgd om na te gaan welke cardiovasculaire complicaties die patiënten ontwikkelen en welke invloed dat heeft op de overleving.
De prevalentie van cardiovasculaire complicaties is gestegen van 47% bij inclusie tot 67% na vijf jaar. De frequentste complicaties waren coronair lijden (stijging van 30% naar 41%), perifeer arterieel lijden (stijging van 25% naar 35%) en CVA (stijging van 15% naar 26%). De prevalentie van hartfalen is tijdens de follow-up verdubbeld: van 9% naar 20%. De comorbiditeit correleerde sterk met de sterfte (p < 0,0001), perifeer arterieel lijden(p = 0,0004), amputaties en voetwonden.
Bij multivariate analyse was hartfalen de sterkste voorspeller van overlijden (HR = 1,96, p < 0,0001), ook als rekening werd gehouden met alle andere factoren. Hartfalen was goed voor 16,9% van de sterfte. De overleving correleerde ook significant met de kwaliteit van de glykemiecontrole te oordelen naar het HbA1c-gehalte (HR = 1,76). Bejaarde diabetespatiënten ontwikkelen vaak in korte tijd cardiovasculaire complicaties en die correleren met een minder goede overleving.
Ref. Bauduceau B, et al. SFD 2018.