PremiumGastro-enterologie

Crohn: combinatie infliximab en immunomodulerende middelen zeer effectief

photo

Het is niet omdat iets logisch is, dat het ook waar is. Illustratie aan de hand van een explorerend, prospectief Europees onderzoek dat werd uitgevoerd door de GETAID (Groupe d'Etude Thérapeutique des Affections Inflammatoires du Tube Digestif), waaraan tien Belgische centra hebben deelgenomen.

Jean-Claude Lemaire - 17 april 2018

Een combinatietherapie met infliximab en immunomodulerende middelen is zeer effectief bij de ziekte van Crohn. De beste resultaten worden behaald als de serumconcentraties van die geneesmiddelen hoger zijn dan een gegeven therapeutische drempelwaarde. Vandaar de logische hypothese dat een sterkere surveillance waarbij stelselmatig wordt gestreefd naar een infliximabspiegel > 3 µg/ml, weleens zou kunnen resulteren in een hoger percentage klinische en endoscopische remissie dan als de dosering klassiek wordt aangepast louter en alleen op grond van de symptomen.

Die hypothese werd getoetst in een gerandomiseerde, dubbelblinde studie bij 122 patiënten met een ziekte van Crohn (mediane leeftijd 29,8 jaar, 71 vrouwen) die nog nooit een biologisch geneesmiddel hadden gekregen, in 27 Europese ziekenhuizen. De patiënten kregen een inductietherapie met infliximab + een immunosuppressivum. Na 14 weken werden ze willekeurig ingedeeld in drie behandelingsgroepen:

  • Groep A: stapsgewijze verhoging van de dosering (hoogstens twee keer met telkens 2,5 mg/kg) naargelang van de klinische symptomen (activiteitsindex) en de concentraties van biomarkers (CRP, fecaal calprotectinegehalte, en/of de serumconcentratie van infliximab);
  • Groep B: stapsgewijze verhoging van de dosering met telkens 5-10 mg/kg volgens diezelfde criteria;
  • Controlegroep: verhoging van de dosering tot 10 mg/kg louter op grond van de klinische symptomen.

Het primaire eindpunt was een aanhoudende klinische remissie zonder corticoïden (activiteitsindex < 150) van week 22 tot week 54 en zonder ulceratie na 54 weken. Dat criterium werd bereikt door 15 (33%) van de 45 patiënten van groep A, 10 (27%) van de 37 patiënten van groep B en 16 (40%) van de 40 patiënten van de controlegroep. Dus geen significant verschil tussen de controlegroep en de twee groepen met een sterkere surveillance (p = 0,50).

G D'Haens et al. Gastroenterology. 2018; 154: 1343-51.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine