Colonkanker, een bacterieel duo op het hakblok

Een nieuw bewijs van 'eendracht maakt macht'. Bij analyse van weefselstalen van patiënten met een familiaire adenomateuze polyposis (FAP), een genetische aandoening die een hoog risico inhoudt op ontwikkeling van precancereuze poliepen in het colon, werden biofilms teruggevonden waar duidelijk meer Escherichia coli en Bacteroides fragilis in zaten dan in monsters van patiënten met sporadische poliepen.
Beide bacteriën blijken genen tot expressie te brengen die correleren met meer DNA-schade en tumorvorming. Om dat verder uit te pluizen, hebben de onderzoekers E. coli- en Bacteroides fragilis-stammen afkomstig van patiënten met een FAP overgeplant bij muizen. De muizen waarbij maar één species werd overgeplant, hebben weinig tumoren ontwikkeld. De muizen waarbij de twee species werden overgeplant, hebben vaker een invasieve, dodelijke kanker ontwikkeld.
Aan de hand van meerdere experimenten hebben de vorsers daarna ontdekt hoe die twee bacteriën kanker in de hand werken. Bacteroides fragilis vermindert de hoeveelheid mucus en veroorzaakt een ontstekingsrespons, waardoor de micro-omgeving van de darmen verandert. Daardoor kan Escherichia coli gemakkelijker de darm koloniseren.
Op grond van die resultaten schuiven ze de hypothese naar voren dat eliminatie van die bacteriën in het colon zeer vroeg in het leven bij patiënten met een FAP heilzame effecten zou kunnen hebben.