Prognose lage maag-darmbloeding tijdens behandeling met plaatjesaggregatieremmers of anticoagulantia

Is de prognose van een lage maag-darmbloeding dezelfde bij patiënten die plaatjesaggregatieremmers, klassieke anticoagulantia of directe orale anticoagulantia krijgen, of hangt dat af van het feit of de behandeling al dan niet wordt opgeschort?
Twee uitstekende vragen. Het antwoord is te vinden in een retrospectieve analyse van de dossiers van meer dan 2.500 consecutieve patiënten die in 143 Britse ziekenhuizen waren opgenomen wegens een lage maag-darmbloeding. 917 patiënten kregen anticoagulantia of plaatjesaggregatieremmers en 1.218 niet.
Het risico op recidief van bloeding in het ziekenhuis (gedefinieerd als nood aan extra transfusie en/of een daling van het hematocriet ≥ 20% na 24 uur klinische stabiliteit) was hoger bij de patiënten die plaatjesaggregatieremmers kregen. De hazard ratio in vergelijking met de groep die geen plaatjesaggregatieremmers of anticoagulantia kreeg, was 3,57 (95% BI 1,13-11,28) bij inname van één plaatjesaggregatieremmer (n = 504) en 5,3 (95% BI 1,56-18,54) bij inname van twee plaatjesaggregatieremmers (n = 79). Er werd echter geen hoger risico waargenomen bij de patiënten die warfarine kregen (n = 232), of de patiënten die directe orale anticoagulantia innamen (n = 102).
Opschorting van de antitrombotische behandeling bij opname had geen significant effect op het risico op recidief in vergelijking met voortzetting van de behandeling (HR 0,98; 95% BI 0,45-2,17).
Bij de patiënten die een van de bovenvermelde geneesmiddelen kregen, waren de sterfte en het aantal ziekenhuisopnames wegens een nieuwe bloeding niet hoger in verhouding tot het risico dat elke individuele patiënt liep.