Auto-immune enteropathie of refractaire coeliakie?

Auto-immune enteropathie bij volwassenen is een zeldzame en minder bekende oorzaak van diarree en malabsorptie. Een groep van de Mayo Clinic heeft een retrospectief casus-controleonderzoek uitgevoerd, dat veel informatie heeft opgeleverd over de demografische, klinische en histologische kenmerken en de behandeling.
De studie betreft 30 gevallen van auto-immune enteropathie en 42 gevallen van refractaire coeliakie. De patiënten met een auto-immune enteropathie waren vaker van het mannelijke geslacht dan de patiënten met een refractaire coeliakie (respectievelijk 60% en 29%, p = 0,002) en waren ook jonger (respectievelijk 44±18 jaar en 57±16 jaar, p = 0,007).
Chronische diarree en vermagering waren frequenter bij patiënten met een auto-immune enteropathie dan bij patiënten met coeliakie (respectievelijk 100% versus 90% en 71% (p < 0,001) versus 71% (p = 0,05).
Bij histologisch onderzoek werd geen significant verschil in de mate van villusatrofie waargenomen tussen de twee groepen (p = 0,68), maar wel werd vaker een stijging van het aantal intra-epitheliale lymfocyten (> 40/100 epitheelcellen) vastgesteld bij de patiënten met een refractaire coeliakie dan bij de patiënten met een auto-immune enteropathie (respectievelijk 100% en 50%, p = 0,003).
De meeste patiënten met een auto-immune enteropathie reageerden niet op systemische corticosteroïden (complete klinische remissie bij slechts zeven patiënten). Toediening van een open budesonidecapsule daarentegen resulteerde in een klinische respons bij 85% van de 22 evalueerbare patiënten (complete remissie 50%, partiële remissie 35%), wat vrij vergelijkbaar was met de resultaten die werden behaald bij patiënten met een refractaire coeliakie: 92% (complete remissie 68% en partiële remissie 24%).