Nieuw schema voor HCV genotype 3 met cirrose?

Is een behandeling met sofosbuvir-velpatasvir-voxilaprevir gedurende acht weken even goed als een behandeling met sofosbuvir-velpatasvir gedurende twaalf weken? Van deze laatste weten we dat een 12-weken durende behandeling hoge aantallen met SVR geeft.
In twee fase III-studies werden patiënten gerandomiseerd met een chronische HCV-infectie die nog geen direct werkende antivirale medicatie hadden gekregen.
In POLARIS-2 waren dat patiënten met alle HCV-genotypes met of zonder cirrose, met uitzondering van genotype 3 en cirrose. Het was een non-inferioriteitsstudie met een marge van 5%. POLARIS-3 rekruteerde patiënten met HCV-genotype 3 en cirrose en vergeleek het aantal SVR in beide behandelingsgroepen met als streefdoel 83% aanhoudende responders.
In POLARIS-2, bereikte 95% (95% CI, 93%-97%) van de patiënten SVR na acht weken met sofosbuvir-velpatasvir-voxilaprevir versus 98% (95% CI, 96%-99%) met twaalf weken sofosbuvir-velpatasvir, waardoor het non-inferioriteitscriterium niet werd bereikt. Het verschil in doeltreffendheid werd toegeschreven aan de lagere SVR (92%) bij patiënten met genotype 1a die acht weken sofosbuvir-velpatasvir-voxilaprevir kregen. In POLARIS-3 daarentegen bereikte 96% (95% CI, 91%-99%) van de patiënten SVR in beide behandelingsgroepen, wat significant superieur is aan het streefdoel.
De meest gerapporteerde nevenwerkingen waren hoofdpijn, vermoeidheid, diarree en nausea. Diarree en nausea werden frequenter gezien met voxilaprevir. In beide studies was het aantal patiënten dat de behandeling stopte wegens nevenwerkingen laag (0-1%).
Jacobson IR et al. Efficacy of 8 Weeks of Sofosbuvir, Velpatasvir, and Voxilaprevir In Patients With Chronic HCV Infection: 2 Phase 3 Randomized Trials. Gastroenterol 2017; Published online April 5. http://dx.doi.org/10.1053/j.gastro.2017.03.047