Van controle naar remissie

Een verkennende studie stelt het idee dat type 2-diabetes altijd zal verergeren, ter discussie. De slogan "doelstelling remissie", die wordt gehanteerd bij de behandeling van reumatoïde artritis, zou dus misschien ook kunnen opgaan voor type 2-diabetes.
Een Canadese groep heeft die open studie uitgevoerd bij 83 ambulante patiënten bij wie recentelijk ((≤ 3 jaar) een diagnose van type 2-diabetes was gesteld, en die een HbA1c-gehalte 8,5% hadden zonder medicamenteuze behandeling of < 7,5% tijdens behandeling met orale antidiabetica. De patiënten werden willekeurig in drie behandelingsgroepen ingedeeld: intensieve behandeling van acht weken (IB8), intensieve behandeling van 16 weken (IB16) of klassieke behandeling (KB).
De patiënten die waren gerandomiseerd naar een intensieve behandeling, dienden hun calorie-inname te verlagen met 500-750 kcal, volgden een gecontroleerd programma van lichaamsbeweging en kregen een behandeling met insuline glargine, metformine en acarbose volgens de capillaire glykemie. Na de periode van intensieve behandeling werden de antidiabetica stopgezet en werden de patiënten gevolgd tot ze weer hyperglykemie ontwikkelden.
Bij 50% van de patiënten van de IB8-groep, 70% van de patiënten van de IB16-groep en 3,6% van de patiënten van de KB-groep werd de glykemie normaal.
Twaalf weken na de intensieve behandeling werd nog altijd een complete (HbA1c-gehalte < 6%) of partiële remissie (HbA1c-gehalte < 6,5%) vastgesteld bij 21,4% van de patiënten in de IB8-groep versus 10,7% van de patiënten van de KB-groep en bij 40,7% van de patiënten in de IB16-groep versus 14,3% van de patiënten van de KB-groep.
Na een jaar waren 14,3% van de patiënten in de IB8-groep en 22% van de patiënten in de IB16-groep nog altijd in remissie versus respectievelijk 7,1% en 10,7% van de patiënten in de KB-groep.
Deze verkennende studie toont dus aan dat een korte intensieve behandeling een goede, duurzame remissie zonder verdere medicatie kan bewerkstelligen bij een aanzienlijk aantal diabetespatiënten. De onderzoekers pleiten ervoor om nieuwe studies op touw te zetten om dat verder te exploreren.
Naar N macInnes et al. J Clin Endocrinol Metab. 2017; 102: 1596-605.