PPI en encefalopathie: meer risico?

Protonpompinhibitoren (PPI's) worden frequent voorgeschreven aan patiënten met levercirrose. Kunnen ze door het bevorderen van bacteriële overgroei in de dunne darm het risico op hepatische encefalopathie bij deze patiënten vergroten?
De studie, een casus-controlestudie, werd uitgevoerd met data van de nationale Taiwanese ziekteverzekering (n=1.000.000), met een longitudinale follow-up van 1998 tot 2011. In totaal werden 1.166 cirrosepatiënten met encefalopathie 1:1 gematcht met cirrosepatiënten zonder encefalopathie. PPI-gebruik werd gedefinieerd als een inname langer dan een maand (30 cumulatieve dagdosissen).
Van de patiënten met cirrose en encefalopathie gebruikten er 38% PPI's vóór het optreden van de hepatische encefalopathie. De onderzoekers vonden een verband tussen encefalopathie en PPI-dosissen - na correcties voor de confounders - en versus PPI-inname van minder dan een maand. Het ging om een OR van 1,41 (1,09-1,84) voor gebruik gedurende een tot vier maanden, OR 1,51 (1,11-2,06) voor gebruik van vier maanden tot één jaar, en OR 3,01 (1,78-5,10) voor gebruik van meer dan één jaar (meer dan 365 cumulatieve dagdosissen).
Alle PPI's, met uitzondering van rabeprazol, gingen gepaard met een hoger risico op hepatische encefalopathie. Vandaar de raad om bij cirrosepatiënten voorzichtig om te springen met langdurig gebruik van PPI's.
Chia-Fen Tsai et al. Proton Pump Inhibitors Increase Risk for Hepatic Encephalopathy in Patients With Cirrhosis in A Population Study. Gastroenterol 2017; 152(1): 134-41.