Antidiabeticum werkzaam bij progeria

Franse onderzoekers van het Inserm doorzochten drie jaar geleden een overzicht van meerdere honderden verbindingen die geanalyseerd werden via een screeningsmethode met hoge doorvoer (High-Throughput Screening), en ontdekten dat het orale antidiabeticum metformine inwerkt op een eiwit dat SRSF1 wordt genoemd. Dat eiwit is interessant omdat het een rol speelt bij progeria, een zeer ernstige, zeldzame genetische aandoening die gekenmerkt wordt door een versnelde veroudering vanaf de kindertijd.
Met behulp van een financiering door AFM-Téléthon, wilden de wetenschappers nagaan of het geneesmiddel werkzaam is tegen het syndroom van Hutchinson-Gilford, een andere naam voor progeria. Ze namen eerst cellen af bij patiënten met die aandoening en herprogrammeerden die tot stamcellen (of iPS), die op hun beurt werden omgezet in huidcellen, botcellen en cellen van de bloedvatwand. Vervolgens werd daar een kleine dosis metformine aan toegevoegd.
Uit hun resultaten blijkt dat het antidiabeticum wel degelijk werkzaam is, want het remt het eiwit dat bijdraagt tot de expressie van progerine met 40%. Dat laatste eiwit, dat onvolledig en bovenal toxisch is, wordt gevormd door een mutatie van het LMNA-gen. Progerine, dat bij een normale veroudering voorkomt vanaf de leeftijd van 50 of 60 jaar, vervormt de celkern en veroorzaakt de vroegtijdige veroudering die kenmerkend is voor progeria.
Meer nog, de auteurs stelden vast dat metformine de concentratie van progerine in de cellen met 50% verlaagde en dat de misvorming van de kernen niet meer optrad.
Die resultaten pleiten voor het gebruik van metformine, in monotherapie of in combinatie met andere verbindingen, als behandeling voor progeria, maar misschien ook voor andere aandoeningen met een versnelde veroudering. Het belang daarvan is des te groter omdat het om een courant geneesmiddel gaat dat al decennialang wordt gebruikt bij de mens en een erg goed veiligheidsprofiel heeft.
(referentie: Aging and Mechanisms of Disease, 10 november 2016, doi: 10.1038/npjamd.2016.26)