Impact van gejodeerd zout op de schildklierwerking
In welke mate verandert de individuele serumconcentratie aan thyreoglobuline wanneer met jodium verrijkt zout wordt verplicht? En bestaan er mogelijke predictoren voor deze veranderingen?
Twee Deense regio's met een verschillende jodiuminname baseline werden in een longitudinale bevolkingsstudie (de 11-jaar durende DanThyr-studie) opgenomen: de regio Aalborg waar het jodiumtekort matig was en de regio Kopenhagen met lichte jodiumdeficiëntie.
De deelnemers
De deelnemers werden driemaal getest: baseline in 1997, vóór de verplichte jodiumverrijking van zout in 2000 en bij follow-up in 2008. In totaal werden 2465 volwassen onderzocht en 1417 deelnemers zonder schildklieraandoening en zonder autoantistoffen tegen thyreoglobuline werden geïncludeerd in de analyses. De auteurs registreerden ook de dagelijks jodiumsupplementen die de deelnemers namen bovenop de jodiumverrijking.
De resultaten
In Kopenhagen toonden de resultaten geen verandering in de mediane thyreoglobulineconcentratie, terwijl deze in Aalborg significant daalde van 11,4 naar 9,0 microg/l (p<0,001). Voor de introductie van gejodeerd zout waren de regionale verschillen in thyreoglobulineconcentratie tussen Kopenhagen en Aalborg significant (respectievelijk 11,4 en 9,0 microg/l; p<0,001), maar de verschillen verdwenen na de jodiumverrijking van zout (respectievelijk 9,1 en 9,0 microg/l; p=1,00).
Het zijn niet de jodiumsupplementen baseline die een daling in thyreoglobulineconcentratie voorspelden, maar gewoonweg het feit van in Aalborg te wonen.
In de follow-up gingen een vergrote schildklier en een multinodulaire schildklier gepaard met een stijging van het thyreoglobuline (p respectievelijk 0,02 en 0,01).
Besluit
De auteurs tonen hiermee aan dat zelfs kleine verschillen in jodiuminname, zoals de introductie van gejodeerd zout, de individuele respons op jodiumverrijking kunnen sturen.