Vermindert een insulinepomp de cardiovasculaire mortaliteit?
Heeft een insulinepomp bij patiënten met type 1-diabetes op lange termijn een gunstiger effect op de cardiovasculaire mortaliteit dan multipele dagelijkse insuline-injecties? Een Zweedse observationele studie waarin 95% van alle type 1-diabetici met een klinische follow-up bij elke consultatie zijn geïncludeerd, geeft het antwoord.
Een studie uit 2014 op basis van hetzelfde Zweedse Register toonde aan dat een HbA1c van 6,9% of 52 mmol/mol gepaard gaat met een verdubbeling van het globale mortaliteitsrisico en van het cardiovasculaire mortaliteitsrisico in vergelijking met de algemene bevolking.
Hogere HbA1c-waarden verhoogden de mortaliteit nog meer. We weten dat zowel hyper- als hypoglykemie cardiovasculaire risicofactoren zijn bij patiënten met type 1-diabetes. Maar met een insulinepomp bereikt men een betere glykemieregeling (minder hyper- en hypoglykemieën) dan met multipele dagelijkse injecties. Vertaalt zich dit ook in cardiovasculaire voordelen?
De bestudeerde groep
Behandeling met insulinepomp wordt in het Zweedse register opgetekend sinds 2004. Alle geregistreerde type 1-diabetici werden nagepluisd vanaf 1 januari 2005 tot overlijden, tot een eerste cardiovasculair evenement of tot 31 december 2012. De gemiddelde follow-up bedroeg 6,8 jaar.
In de studie konden 18.168 type 1-diabetici worden geïncludeerd: 2.441 werden behandeld met een insulinepomp over heel het verloop van de observatie en 15.727 met multipele dagelijkse insuline-injecties. De groep behandeld met de insulinepomp was iets jonger met vergelijkbare diabetesduur, met een lichtjes lagere systolische bloeddruk; er waren minder mannen en minder rokers; ze deden meer lichaamsbeweging, hadden minder albuminurie, minder nierfalen, gebruikten minder antihypertensiva, minder lipidenverlagende medicatie, minder aspirine; ze hadden minder antecedenten van cardiovasculaire ziekte of van hartfalen, waren meer geschoold en vaker gehuwd. De gestandaardiseerde verschillen tussen de twee groepen waren laag en steeds kleiner dan 10% voor alle covariabelen.
Interpretatie van de resultaten
Het gebruik van een insulinepomp ging gepaard met een significante reductie van 45% in fatale coronaire hartziekten, 42% in fatale cardiovasculaire ziekten (coronaire hartziekte of beroerte) en 27% in globale mortaliteit. Er was wel een reductie, maar niet significant voor de eindpunten: 'fatale of niet-fatale coronaire hartziekten', en 'fatale of niet-fatale cardiovasculaire ziekten'. Het uitsluiten van patiënten met een lage BMI of antecedenten van cardiovasculaire ziekte veranderde niets aan de resultaten.
Uit de opzet van deze studie kan men evenwel niet besluiten dat deze reductie te wijten is aan het continu insuline-infuus. Het effect kan ook het gevolg zijn van de intensieve glucosemonitoring, de verhoogde motivatie voor glykemiecontrole of een betere kennis van de patiënt over zijn ziekte.