Vroege neuropathie opsporen bij type 2-diabetici
Cardiovasculaire autonome neuropathie (CAN) - beschouwd als een subgroep van diabetische autonome neuropathie - is een frequent voorkomende ernstige complicatie van diabetes. Over de prevalentie ervan bij nieuw gediagnosticeerde type 2-diabetici waren geen betrouwbare cijfers beschikbaar.
De Verona Newly Diagnosed Type 2 Diabetes Study (VNDS) brengt daar nu verandering in. De bedoeling van deze Italiaanse observationele, transversale studie is fenotypes en genotypes te linken bij type 2-diabetici bij wie de diagnose minder dan zes maanden geleden werd gesteld.
Voor de studie naar de prevalentie van CAN werd een groep van 557 patiënten met een nieuwe diagnose van type 2-diabetes bij wie cardiovasculaire autonome testresultaten beschikbaar waren, geïdentificeerd.
Vroege en bevestigde prevalentie
CAN is een diffuse polyneuropathie met complexe pathogenese en met symptomen van hartritme- en bloeddrukvariabiliteit op de voorgrond. In de bestudeerde cohorte werd de diagnose van CAN bevestigd bij 1,8% van de deelnemers, terwijl reeds vroege tekens ervan aanwezig waren bij 15,3%. Er kon geen verschil in prevalentie bij mannen en vrouwen worden vastgesteld.
Op zoek naar geassocieerde factoren
In een model van multivariaat logische regressie ging alleen het BMI onafhankelijk en significant gepaard met CAN, na correcties voor leeftijd, geslacht, HbA1c, polsdruk, verhouding triglyceriden over HDL-cholesterol, parameters voor nierfunctie en antihypertensieve behandeling.
De auteurs willen er hiermee op wijzen dat CAN vroeg kan worden ontdekt bij type 2-diabetes en zetten clinici aan om de gestandaardiseerde testen voor opsporing ervan al uit te voeren van zodra een nieuwe diagnose van type 2-diabetes wordt gesteld.