Wat is het risico op hartfalen met sitagliptine?
Uit twee eerdere cardiovasculaire studies met DPP-4-inhibitoren was dan wel geen toename noch afname van het aantal majeure cardiovasculaire events gebleken, toch was bezorgdheid gerezen omtrent een mogelijk hoger risico op hartfalen. Een meta-analyse van gerandomiseerde, gecontroleerde studies had het over een verhoging van 24 tot 25% van dit risico. Nu werden de resultaten met sitagliptine (TECOS) gepubliceerd.
TECOS staat voor Trial Evaluating Cardiovascular Outcomes. In deze studie werd de DPP-4-inhibitor sitagliptine - toegevoegd aan een behandeling met orale antidiabetica of insuline, al dan niet met metformine - vergeleken met placebo voor de behandeling van type 2-diabetici. Einddoel was de cardiovasculaire veiligheid op lange termijn.
Stabiele cardiovasculaire antecedenten
In totaal werden 14.735 type 2-diabetici (HbA1c 6,5-8%) gerandomiseerd tot standaardzorg plus sitagliptine of tot standaardzorg zonder meer. De mediane follow-up was 3 jaar.
In vergelijking met de ELIXA-studie (met lixisenatide, een GLP-1-analoog), die samen met TECOS werd voorgesteld op het recente congres van de American Diabetes Association (8 juni 2015), zijn de patiënten geïncludeerd in TECOS stabieler op cardiovasculair vlak. Inclusiecriteria waren immers een voorgeschiedenis van myocardinfarct, beroerte, coronaire revascularisatie of gedocumenteerde coronaire, carotide of perifere vaatziekte. (De patiënten in ELIXA hadden een acuut coronair syndroom in de zes maanden voor inclusie.)
Primair eindpunt (in beide studies) was een majeur cardiovasculair evenement (MACE), aangevuld met hospitalisatie voor onstabiele angor. Hospitalisatie voor hartfalen was een secundair eindpunt.
Geen hoger risico op hartfalen
Over de gemiddelde studieduur was sitagliptine beter dan placebo in het onder controle houden van de glykemie (verschil -0,29%).
Wat het primaire eindpunt betreft, was de HR 0,98 (0,88-1,09; p<0,001), met andere woorden sitagliptine was niet inferieur aan placebo. Globale mortaliteit, cardiovasculaire mortaliteit en niet-cardiovasculaire mortaliteit (secundaire eindpunten) waren vergelijkbaar tussen beide groepen.
Er was ook geen verschil in het aantal hospitalisaties voor hartfalen (HR 1,00; 0,83-1,20; P=0,98). Deze studie kon dus geen hoger risico op hartfalen aantonen. (Dat was trouwens ook het geval met lixisenatide.)
Pancreatitis
Een andere potentieel zeldzame complicatie van DPP-4 inhibitoren is pancreatitis. Hoewel het risico op pancreatitis bijna verdubbeld was met sitagliptine (OR 1,93), was het verschil met placebo niet significant (p=0,065). En ook het verschil in pancreaskanker (0,1% versus 0,2% met placebo) was niet significant (p=0,32).
Kortom
Patiënten met type 2-diabetes en cardiovasculaire antecedenten lopen geen hoger risico op een majeur cardiovasculair evenement noch op hartfalen als sitagliptine aan de standaardbehandeling wordt toegevoegd. Het grote voordeel ligt in de preventie van microvasculaire complicaties met name nefropathie en retinopathie.