Bevestiging van de superioriteit van enzalutamide
Op het congres van de AUA werd andermaal bevestigd dat enzalutamide beter is dan bicalutamide bij de behandeling van prostaatkanker na progressie onder een LHRH-analoog of chirurgische castratie. Die nieuwe resultaten van de STRIVE-studie luiden definitief het einde in van de vroegere hormoontherapieën in die indicatie.
De STRIVE-studie is een gerandomiseerde, vergelijkende fase II-studie die werd uitgevoerd bij 396 patiënten met een castratieresistente prostaatkanker in de Verenigde Staten: 257 patiënten met een gemetastaseerde prostaatkanker en 139 met een niet-gemetastaseerde prostaatkanker die was verergerd ondanks een behandeling met een LHRH-analoog of na chirurgische castratie. Het primaire eindpunt was de progressievrije overleving, zijnde de tijd vanaf de randomisatie tot radiografische verergering (in de beenderen of de weke weefsels), stijging van het PSA-gehalte of overlijden van de patiënt ongeacht de doodsoorzaak. De patiënten werden behandeld met enzalutamide 160 mg eenmaal per dag (n = 198) of bicalutamide 50 mg eenmaal per dag (n = 198), de dosering die is goedgekeurd in combinatie met een LHRH-analoog.
Gunstig effect op het primaire eindpunt
De patiënten in de twee behandelingsgroepen waren vergelijkbaar. Ze waren gemiddeld 73 jaar oud, 35% had geen metastasen (M0) en 65% had er wel (M1). Het gemiddelde PSA-gehalte was 12 ng/ml. De gemiddelde duur van de behandeling met enzalutamide was 14,7 maanden en die van bicalutamide was 8,4 maanden. De mediane progressievrije overleving bedroeg 19,4 maanden in de enzalutamidegroep en 5,7 in de bicalutamidegroep, dus een statistisch significante daling van het risico op ziekteprogressie met 76% in het voordeel van enzalutamide (HR = 0,24; p < 0,0001). Het primaire eindpunt van de studie werd dus bereikt.
De resultaten spreken voor zich
Ook de secundaire eindpunten zoals de overleving zonder radiografische progressie, de tijd tot biochemische progressie (PSA) en het percentage biochemische respons waren significant beter met enzalutamide dan met bicalutamide. De verschillen waren bijzonder groot bij de patiënten zonder metastasen. In de enzalutamidegroep was de mediane overleving zonder radiografische progressie nog niet bereikt op het ogenblik van de analyse; in de bicalutamidegroep bedroeg die 11,2 maanden, dus een statistisch significante daling van het risico op radiografische progressie in het voordeel van enzalutamide (p < 0,0001). Ook de mediane tijd tot biochemische progressie was nog niet bereikt in de enzalutamidegroep en bedroeg 8,3 maanden in de bicalutamidegroep. Ook dat verschil was statistisch significant (p < 0,0001). Het percentage patiënten met een biochemische respons (daling van het PSA-gehalte > 50%) bedroeg 81,3% in de enzalutamidegroep en 31,3% in de bicalutamidegroep, andermaal een statistisch significant verschil (p < 0,0001). Tabel 1 toont de resultaten van een subgroepanalyse: patiënten met (M1) versus patiënten zonder (M0) metastasen.
Tabel 1
Vergelijking van de resultaten van de subgroepen M0 en M1
Eindpunten
M0
M1
ENZA
(N = 70)
BIC
(N = 69)
ENZA
(N = 128)
BIC
(N = 129)
Mediane PFS (maanden)
NR
8,6
16,5
5,5
HR (95% BI)
0,24 (0,14-0,42)
0,24 (0,17-0,34)
Mediane overleving zonder radiografische progressie (maanden)
NR
NR
NR
8,3
HR (95% BI)
0,24 (0,10-0,56)
0,32 (0,21-0,50)
Gemiddelde tijd tot biochemische progressie (maanden)
NR
11,1
24,9
5,7
HR (95% BI)
0,18 (0,10-0,34)
0,19 (0,13-0,28)
PSA-respons (daling > 50%)
90,9%
42,0%
76,2%
25,4%
BI = betrouwbaarheidsinterval; HR = hazard ratio; NR = niet bereikt; PSA = prostaatspecifiek antigeen
Bekend veiligheidsprofiel
Het veiligheidsprofiel van de patiënten die in de STRIVE-studie met enzalutamide werden behandeld, was vrij vergelijkbaar met wat in de vorige studies was waargenomen. Ernstige bijwerkingen zijn opgetreden bij 29,4% van de patiënten in de enzalutamidegroep en bij 28,3% van de patiënten in de bicalutamidegroep. Cardiale graad ≥ 3-bijwerkingen werden gerapporteerd bij 5,1% van de patiënten in de enzalutamidegroep en bij 4% van de patiënten in de bicalutamidegroep. Er werd één geval van epilepsieaanval genoteerd in de enzalutamidegroep. De frequentste bijwerkingen in de enzalutamidegroep waren vermoeidheid, rugpijn, warmteopwellingen, vallen, hypertensie, duizeligheid en verminderde eetlust, dus de klassieke bijwerkingen van enzalutamide.
Bis repetita...
De auteurs van de studie onderstrepen dat dat de tweede studie is (na de TERRAIN-studie, die op het congres van de EAU werd gepresenteerd) die aantoont dat enzalutamide beter is dan bicalutamide bij de behandeling van patiënten met een castratieresistente prostaatkanker. Dat zou de artsen ertoe kunnen aanzetten om de oude hormoontherapieën in die indicatie definitief te vervangen door nieuwe zoals enzalutamide.