Eetstoornissen bij meisjes en jonge vrouwen met type 1-diabetes
Meisjes en vrouwen met type 1-diabetes hebben een hoger risico op het ontwikkelen van eetstoornissen, met daaraan gekoppeld ernstige diabetes gerelateerde complicaties door een minder goede glykemieregeling. Om de evolutie te volgen werd een longitudinale studie uitgevoerd.
126 meisjes met type 1-diabetes uit een groot kinderziekenhuis in Toronto (Canada) werden geïnterviewd over hun eetgedrag en psychopathologisch geëvalueerd. Over een follow-up van 14 jaar werden ze zeven maal geïnterviewd, waaruit de auteurs het risico op een eetstoornis, remissie en herval berekenden.
Leeftijd bij het begin
De gemiddelde leeftijd bij het eerste interview was 11,8 ± 1,5 jaar en bij het zevende 23,7 ± 2,1 jaar. Bij de zevende evaluatie had bijna een derde (32,4%) van de jonge vrouwen een eetstoornis volgens de geldende criteria en een bijkomende 8,5% juist net niet (ondergrens voor diagnose van eetstoornis).
De gemiddelde leeftijd waarop de diagnose van eetstoornis duidelijk was (volledig uitgesproken of op de ondergrens), was 22,6 (21,6-23,5) jaar en op de leeftijd van 25 jaar was de gecumuleerde kans dat een eetstoornis zich ook effectief manifesteerde 60%.
Remissie en herval
Gemiddeld 4,3 (3,1-5,5) jaar na de start ging de eetstoornis in remissie en de gecumuleerde kans op remissie was 79% over een periode van zes jaar na de start van de eetstoornis.
Gemiddeld bleef de eetstoornis 6,5 (4,4-8,6) jaar in remissie en herviel daarna. Zes jaar na remissie bedroeg de gecumuleerde kans op herval nog 53%.
Bij adolescenten
In een tweede recent artikel geven de auteurs het mechanisme aan waardoor eetstoornissen bij adolescenten met type 1-diabetes kunnen ontstaan. Het overslaan van een insuline-injectie kan door deze patiënten worden gebruikt om eigen gedrag af te straffen. De standaardbehandeling focust immers sterk op voeding en eetgedrag. Komt daarbij nog dat intensieve insulinetherapie het lichaamsgewicht doet stijgen. Al deze factoren, gecombineerd aan de psychologische stress die met de behandeling van een chronische ziekte gepaard gaat, en depressie kunnen bijdragen tot het ontstaan van de eetstoornis.
Het snel herkennen en behandelen van de eetstoornis hoeft dus geen verder betoog.