Preventie van type 2-diabetes: autonoom onevenwicht herstellen
Voor een efficiënte primaire preventie van stofwisselingsziekten is het uiteraard nodig om in een vroeg stadium de predictoren te kennen en te kunnen aanpakken. De invloed van een autonoom onevenwicht suggereert dat interventie op dit niveau effectief hart- en vaatziekten, diabetes en vroege mortaliteit zou kunnen verminderen.
In deze secundaire analyse van prospectieve data werd meer bepaald gekeken naar de invloed van de hartfrequentie bij rust en van de variabiliteit van de hartfrequentie. De data komen van de Offspring Cohort in de Framingham Heart Study, waarin 1882 patiënten werden geïncludeerd.
Verzamelen van gegevens
Voor inclusie in deze secundaire analyse moesten de deelnemers baseline (1983-87) ouder zijn dan 18 jaar. In het dossier moesten baseline en over een follow-up van 12 jaar drie metingen voorhanden zijn van hartfrequentie bij rust, variabiliteit van de hartfrequentie, bloeddruk, nuchtere glykemie, triglyceriden, HDL en BMI.
Vijf metabole risicofactoren werden opgevolgd: hyperglykemie, hypertensie, hoge triglyceriden, laag HDL en hoge BMI. Daarnaast werden ook de ontwikkeling van diabetes en van cardiovasculaire ziekten, en de vroegtijdige mortaliteit opgevolgd.
Rol van hartfrequentie
De hartfrequentie bij rust, de hartfrequentievariabiliteit, de leeftijd, het geslacht en het rookgedrag waren significante predictoren voor hoge bloeddruk, hyperglykemie en een diagnose van diabetes binnen de 12 jaar. Twee maten van autonoom onevenwicht, hartfrequentie bij rust en hartfrequentievariabiliteit, bleken bovendien predictoren voor de ontwikkeling van cardiovasculaire ziekten en vroegtijdige mortaliteit.
Volgens de auteurs zou een autonoom evenwicht dus wel degelijk een streefdoel voor behandeling kunnen zijn om het risico op cardiovasculaire ziekten, diabetes en vroege dood te verminderen.