Risico op hartfalen bij type 2-diabetici onder behandeling
Uit de beschikbare reviews was onduidelijk of hypoglykemiërende farmaca en/of strategieën de ontwikkeling van cardiovasculaire evenementen konden verhinderen. Daarom deden de auteurs de research over met een nieuwe review gekoppeld aan een meta-analyse, met focus op hartfalen.
De auteurs analyseerden meer precies de hypoglykemiërende farmaca en/of strategieën die het risico op hartfalen verhoogden bij patiënten met type 2-diabetes of met een risico op type 2-diabetes. Tegelijkertijd noteerden ze ook de impact van dit risico op de glykemie- en gewichtscontrole.
Met welke farmaca?
Tot februari 2015 werden 14 grote gerandomiseerde studies met hypoglykemiërende farmaca en/of strategieën gevonden die naar de cardiovasculaire output keken. Zo werden in totaal 95.502 patiënten geïncludeerd; 4% ontwikkelde hartfalen. De hypoglykemiërende farmaca en/of strategieën gingen gepaard met een 0,50% (± 0,33) daling in HbA1c en een 1,7 kg (± 2,8) gewichtstoename.
Globaal steeg het relatieve risico op hartfalen met de hypoglykemiërende farmaca en/of strategieën (RR=1,14; 1,01-1,30). Het risico was het grootst met de PPAR-agonisten (RR=1,42), intermediair met DPP4-inhibitoren (RR=1,25) en neutraal met glargine insuline (RR=0,90).
Gewichtsafhankelijk
Het risico op hartfalen nam evenwel niet toe bij intensieve glykemieregeling (RR=1,0) en bij intensief gewichtsverlies (RR=0,80).
Uit de metaregressie-analyse bleek dat per 1 kg gewichtsstijging die samengaat met hypoglykemiërende farmaca en/of strategieën, het relatieve risico op hartfalen met 7,1% stijgt vergeleken met standaardzorg (p=0,022).
Kortom
Bij type 2-diabetici of mensen met een verhoogd risico op type 2 diabetes, kunnen bepaalde hypoglykemiërende geneesmiddelen het risico op hartfalen verhogen. De grootte van het risico verschilt naargelang de methode van glykemieverlaging en is mogelijk ook afhankelijk van de gewichtstoename.