Geen glibenclamide bij zwangerschapsdiabetes
Glibenclamide, een hypoglykemiërend sulfamide, werd veilig geacht voor de foetus. Een retrospectieve Amerikaanse studie toont echter dat de kans op complicaties groter is als de moeders worden behandeld met glibenclamide voor zwangerschapsdiabetes, vergeleken met insuline.
Van begin januari 2000 tot eind december 2011 werden de gegevens van 110.879 vrouwen met zwangerschapsdiabetes en hun pasgeborenen verzameld bij een grote Amerikaanse werkgever-verzekeraar. Werden uitgesloten: vrouwen met type 1- of type 2-diabetes, vrouwen jonger dan 15 jaar of ouder dan 45 jaar. De behandeling bestond uit glibenclamide (n=4982) of insuline (n=4191) in de 150 dagen voor de bevalling.
Hogere risico's voor de baby
De auteurs moeten vaststellen dat, na correctie voor baselineverschillen, pasgeborenen van moeders die glibenclamide namen, een hoger risico hebben om op de neonatale ICU terecht te komen (RR 1,14), vaker in ademnood zijn (RR 1,63) en hypoglykemie hebben (RR 1,40), een hoger risico op een geboorteletsel (RR 1,35) en een groter geboortegewicht voor hun zwangerschapsduur (RR 1,43) hebben, dan de baby's van de moeders die met insuline werden behandeld.
Er was geen verschil in het risico op geelzucht, preterme geboorte of obstetrisch trauma tussen beide groepen. In de glibenclamidegroep lag de kans op keizersnede 3% lager.
Verder onderzoek vereist
De auteurs berekenden dat het risicoverschil met glibenclamide (versus insuline) 2,97% hoger is voor admissie op neonatale ICU, 1,41% hoger voor dikkere baby's en 1,11% hoger voor ademnood. Zij pleiten er dan ook voor, gezien het wijdverspreide gebruik van glibenclamide in de VS, om verder onderzoek hieromtrent bij zwangere vrouwen prioriteit te geven.