Genexpressie bepalend voor respons op wandelen
Om obesitas en type 2-diabetes te vermijden is dagelijks bewegen effectief. Alleen is dat niet bij iedereen het geval: de metabole respons op lichaamsbeweging varieert. De klinische en moleculaire factoren die hiervoor bepalend zijn, zijn echter niet gekend. Wat is de impact van de genetische expressie in de skeletspieren?
Om dat nader uit te pluizen werden 14 personen met overgewicht en een gestoorde glucosetolerantietest geïncludeerd in een studie. De interventie bestond uit lichaamsbeweging aan lage intensiteit (wandelen, zonder supervisie) gedurende vier maanden. Vóór en na de interventie werden bij de deelnemers klinische en antropometrische metingen uitgevoerd, evenals een glucosetolerantietest en skeletspierbiopsies voor analyse van de mRNA-expressie.
Genexpressie gestegen
Alleen bij diegenen die via de dagelijkse lichaamsbeweging na de interventie een normale glucosetolerantietest behaalden, waren de middelomtrek en de inspanningscapaciteit (ergometerfiets) verbeterd. Ook de glykemiecontrole was beter. Dat was niet het geval bij de deelnemers die een gestoorde glucosetolerantietest behielden na de interventie.
Na de interventie was de mRNA-expressie van mitochondriale merkers en transcriptiefactoren in de skeletspieren gestegen in de groep die van gestoorde naar normale glucosetolerantie evolueerde, en vergelijkbaar met de expressie bij proefpersonen die geen training volgden en een normale glucosetolerantie hadden. In de groep die gestoord bleef, waren deze merkers ongewijzigd.
De auteurs merken nog op dat bij personen met grotere glykemie-afwijkingen dit soort lichte training geen of slechts een beperkt gunstige invloed op de klinische en metabole merkers heeft.