Twitter, een meerwaarde voor wetenschappelijke communicatie
Een groep Ierse urologen heeft twee artikels gepubliceerd die aantonen dat de sociale media en met name twitter aanzienlijke invloed blijken te hebben op het gedrag van urologen die op zoek zijn naar informatie en wetenschappelijke discussies.
Het gebruik van twitter op medische congressen blijkt niet alleen de contacten tussen de deelnemers te vergemakkelijken, maar wordt ook sterk naar waarde geschat door collegae die niet op het congres aanwezig zijn. Dat blijkt uit een studie van de Irish Society of Urology. De studie heeft het gebruik van twitter, een communicatiemiddel dat erg in de mode is, tijdens haar jaarlijkse congres van 2014 onderzocht.
Irish Society of Urology: intense activiteit tijdens het congres
Het congres van de ISU is een vrij klein congres (119 congresgangers in 2014). Tijdens het congres hebben 99 mensen twitter gebruikt met de hashtag #ISU14, van wie 31% van de congresgangers. Tijdens het hele congres werden 798 unieke tweets verstuurd, goed voor meer dan 665 000 afdrukken in de cyberspace. 79% van de tweets was afkomstig van de congresgangers en 26,1% van mensen die het congres "virtueel" volgden. 87,9% van de tweets was afkomstig van urologen en 55% was van wetenschappelijke aard. De twitteractiviteit was maximaal tijdens de sessies die werden gepresenteerd door uitgenodigde sprekers.
Wetenschappelijke tijdschriften voor urologie
Diezelfde groep heeft in de BJU International een overzichtsartikel gepubliceerd waarin ze 33 tijdschriften voor urologie waarvan er 8 een twitterprofiel hebben, gedurende een periode van 6 maanden hebben gevolgd. Het gemiddelde aantal tweets en abonnees op de twitterteller ('followers') bedroeg 557 (tussen 19 en 1809) voor de tweets en 1845 (82-3692) voor de abonnees. De gemiddelde follow-up van twitterprofiels bedroeg 952 dagen met een gemiddelde van 0,88 tweets per dag.
Duidelijk hogere impactfactor
Het interessantste punt van die resultaten is dat het bestaan van een twitterprofiel ertoe leidde dat het tijdschrift een significant hogere impactfactor had (gemiddeld 3,59 tegen 1,78 voor de tijdschriften zonder twitteraccount). Over een periode van zes maanden bedroeg het gemiddelde aantal tweets per profiel 82 (van 2 tot 415). Het gemiddelde aantal aan tweets gelinkte artikels was 73 (0-336). 152 van de 710 artikels waren 'evidence based' artikels niveau 1, 101 niveau 2, 2278 niveau 3 en 179 niveau 4.