Pulstherapie bij Graves' exoftalmie kan veilig
Ernstige gevallen van exoftalmie bij de ziekte van Graves kunnen worden behandeld met pulstherapie met intraveneuze glucocorticoïden. Dit kan echter bij ongeveer 1% van de patiënten acute leverschade veroorzaken met een mortaliteit van 0,4%. Een studie zocht uit of deze percentages kunnen worden verminderd door selectie van de patiënten en voorzorgsmaatregelen.
Dit gebeurde aan de hand van een retrospectieve analyse van opeenvolgende patiënten die in aanmerking kwamen voor pulstherapie met intraveneuze glucocorticoïden over een periode van vijf jaar.
Welke maatregelen?
Bij 376 patiënten die kandidaat waren voor de pulstherapie, werden de levertesten voor, tijdens en na de behandeling nagetrokken. Als definitie voor acute leverschade werd een stijging van de alanineaminotransferasen ≥300 IU genomen.
Verschillende maatregelen om de morbiditeit en mortaliteit door acute leverschade te beperken werden opgetekend. Zo werden patiënten met actieve virale hepatitis of ernstige leversteatose uitgesloten. De dosis, de frequentie en het aantal pulsen werden verminderd. Orale glucocorticoïden werden toegediend na de intraveneuze of zelfs tijdens de intraveneuze toediening aan patiënten met niet-orgaanspecifieke antistoffen, ter preventie van auto-immune hepatitis door immune rebound.
Geen overlijden
In de groep kregen 353 patiënten met exoftalmie pulstherapie met iv glucocorticoïden; om verscheidene redenen werden 23 patiënten uitgesloten.
Slechts 4 op de 376 patiënten ontwikkelden acute leverschade (1,06%). Eén patiënt herstelde spontaan, de drie andere na behandeling met orale glucocorticoïden. Een goede selectie van de patiënten kan dus mortaliteit uitsluiten.