Splice Variant AR-V7: geen invloed op de werkzaamheid van taxanen
Dr. Emmanuel Antonarakis heeft op het congres van de ASCO-GU een studie gepresenteerd die aantoont dat 'splice variants' AR-V7 van de androgeenreceptor bij patiënten met een castratieresistente gemetastaseerde prostaatkanker gepaard gaan met resistentie tegen antiandrogenen zoals enzalutamide en abirateron, maar de therapeutische werkzaamheid van taxanen niet verminderen.
In tegenstelling tot de gewone androgeenreceptoren (AR-FL of 'full length) zijn de AR-V7-varianten een afgeknotte vorm van die receptor die niet beschikt over het domein waaraan liganden zich binden. Dat domein vormt het aangrijpingspunt van abirateron en enzalutamide. Als die variant actief blijft als transcriptiefactor, zal de aanwezigheid ervan leiden tot primaire resistentie tegen antiandrogenen van de laatste generatie. Het effect van een dergelijke variant op de werkzaamheid van taxanen zoals docetaxel en cabazitaxel werd nog niet onderzocht.
Analyse van AR-V7
Om dat te evalueren, heeft een groep van de Johns Hopkins University in Baltimore een klinische studie uitgevoerd bij 37 patiënten met een castratieresistente, gemetastaseerde prostaatkanker die een behandeling met taxanen zouden krijgen. De aanwezigheid van AR-V7-varianten van de androgeenreceptor werd opgespoord met een kwantitatieve PCR. De auteurs hebben dan onderzocht of de AR-V7-status van de tumor correleerde met het percentage biochemische respons (PSA-gehalte), de overleving zonder biochemische progressie (PSA-PFS) en de overleving zonder radiologische progressie (rPFS). Het primaire eindpunt van de studie was het percentage biochemische respons. De auteurs hebben een multivariate regressieanalyse uitgevoerd ter correctie voor verschillende factoren (de AR-V7-status, de mate van expressie van AR-FL en een eerdere behandeling met enzalutamide of abirateron).
Een marker om het therapeutische beleid te bepalen?
"De aanwezigheid van AR-V7-varianten bleek niet te resulteren in een primaire resistentie tegen behandeling met taxanen", legde dr. Antonarakis uit. "Patiënten met AR-V7-varianten kunnen dus perfect gevoelig zijn voor taxanen. Bij patiënten met een castratieresistente, gemetastaseerde prostaatkanker en een positieve AR-V7-status zouden taxanen dus efficiënter kunnen zijn dan antiandrogenen. Bij patiënten zonder AR-V7-varianten blijken beide behandelingen even goed te werken. Analyse van de AR-V7-status zou dus nuttig kunnen zijn om de therapeutische keuze te bepalen."