Normen voor diabetische neuropathie
Corneale confocale microscopie is een techniek die zenuwvezelschade en -herstel kan opsporen bij diverse perifere neuropathieën, dus ook bij diabetische neuropathie. Om echter in de kliniek en in studies te worden gebruikt, zijn normen per leeftijd nodig.
Vandaar deze multicenterstudie bij 343 gezonde vrijwilligers die bijna 2000 beelden van de corneale zenuwvezels opleverden uit zes universitaire centra, verspreid over alle continenten.
Opsporen van dunnevezel neuropathie
Dunne zenuwvezels (C-vezels) worden het eerst beschadigd, terwijl het juist de dikkere zenuwvezelletsels zijn die met de conventionele methoden kunnen worden opgespoord. Dunne zenuwvezelletsels kunnen wel met een huidbiopsie worden gediagnosticeerd, maar dat is invasief. Corneale confocale microscopie is een niet-invasieve techniek die in vivo beelden geeft van de corneale zenuwvezels. Ze kan worden aangewend bij idiopathische neuropathie, ziekte van Fabry en diabetes.
Significante resultaten
In deze studie werden de beelden van de centrale corneale subbasale zenuwplexus volgens een standaardprotocol door drie getrainde onderzoekers gelezen.
Er was een significante, lineaire, leeftijdsafhankelijke afname van de zenuwvezeldensiteit en -lengte in de cornea bij mannen en vrouwen. De densiteit van de zenuwvezeltakken wijzigde niet met het ouder worden. Maar het aantal tortueuze zenuwvezels nam wel significant toe. Lengte, gewicht en BMI van het individu heeft geen impact op de normen bij 95% van de onderzochte populatie (percentiel 5).
Volgens de auteurs zijn deze resultaten robuust genoeg en wereldwijd geldig. Nu de normen vastliggen kan de omvang van neuropathie bij diabetici worden gekwantificeerd en kunnen patiënten met toenemende ernst van de neuropathie worden gestratificeerd.