Blijvende effecten van hypercortisolisme op de hersenen
Tot de langetermijnklachten na succesvolle behandeling van de ziekte van Cushing horen verminderde levenskwaliteit, hogere prevalentie van psychopathologieën en cognitieve stoornissen. Met nieuwere MRI-technieken proberen onderzoekers een beter beeld te krijgen van de effecten van hypercortisolisme op de hersenen.
De eerste beschrijvingen van schadelijke effecten van een teveel aan corticosteroïden op het centraal zenuwstelsel werden gedaan bij autopsie van cushingpatiënten: lichtere hersenen en een verbreding van de ventrikels. Pneumo-echoencefalografie toonde cerebrale corticale atrofie bij 90% van de patiënten en cerebellaire corticale atrofie bij 74%. De eerste MRI's wezen op een gedaald volume van de hippocampus dat slechts deels herstelde na succesvolle behandeling.
MRI-bevindingen
In deze Nederlandse systematische review van de literatuur werden studies geïncludeerd die de hersenen van patiënten met de ziekte van Cushing via MRI onderzochten. In totaal werden 19 studies gevonden, zowel studies bij patiënten met actieve ziekte, als studies bij patiënten in langetermijnremissie, en longitudinale studies. Globaal ging het om 339 patiënten. Patiënten met actieve Cushing hadden inderdaad een kleiner volume van de hippocampus, verbrede ventrikels, cerebrale atrofie en stoornissen in de neurochemische concentraties en in het functioneren. Eens de overmaat cortisol weg, bleef de omkeerbaarheid van structurele en neurochemische stoornissen onvolledig ook na lange remissie. De MRI-bevindingen waren gecorreleerd met de klinische kenmerken (zoals cortisolspiegels, duur van de blootstelling aan verhoogde cortisolspiegels, actuele leeftijd, leeftijd bij diagnose, triglyceridenspiegels) en gedrag (zoals cognitief en emotioneel functioneren, stemming, en levenskwaliteit).
Dienen als model
De overmaat endogeen cortisol zoals in de ziekte van Cushing heeft ingrijpende gevolgen in het brein, zowel in de grijze als in de witte stof. Na behandeling zijn deze effecten niet volledig reversibel zodat op lange termijn psychologische symptomen en cognitieve stoornissen kunnen blijven bestaan. De auteurs stellen dat het syndroom van Cushing als model zou kunnen dienen voor de neurotoxische effecten van exogene corticosteroïden op de hersenen.