Angst speelt rol in opvliegers bij borstkanker
Vrouwen met borstkanker hebben een hoger risico op opvliegers die grotendeels worden toegeschreven aan de effecten van de kankerbehandeling op de oestrogeenspiegels. Maar kunnen ook andere factoren, zoals anxietas, een rol spelen?
Het verband tussen opvliegers en anxietas werd onderzocht in een transversale analyse en in de tijd bij vrouwen die recent voor borstkanker waren behandeld.
Subjectief en objectief
Aan 56 zulke vrouwen werd gevraagd een dagboek bij te houden voor opvliegers en anxietas. Voor beide effecten werden specifieke schalen gebruikt voor de rapportering: de subschaal anxietas van de Hospital Anxiety and Depression Scale en de vasomotorische subschaal van de Menopause-Specific Quality of Life Questionnaire. De opvliegers werden bovendien objectief gemeten met een geleider die op de huid van het borstbeen continu gedurende 24 uur werd aangebracht.
De angst verminderen
De transversale analyse kon geen verband leggen tussen anxietas en subjectieve opvliegers, noch tussen anxietas en de frequentie en intensiteit van de objectief gemeten opvliegers. Een groter angstgevoel ging wel gepaard met het sneller bereiken van de piek in de objectief gemeten opvliegers en het voorspelde eveneens meer zelfgerapporteerde opvliegers in de volgende nacht.
Het omgekeerde was niet het geval: zelfgerapporteerde opvliegers overdag en 's nachts waren niet predictief voor het angstniveau van de volgende dag.
Strategieën die het angstniveau verminderen, zouden een gunstig effect kunnen hebben op opvliegers bij vrouwen met behandeld voor borstkanker.