Densiteitsdrempel voor bijnierschorscarcinoom
Als drempelwaarden om op een precontrast CT-scan het onderscheid te maken tussen goedaardige en kwaadaardige bijnierschorstumoren wordt 2 tot 20 Hounsfield-eenheden (HU) - de maat voor de densiteit van een structuur of weefsel op CT-scan - naar voor geschoven. Geldt dit voor bijnierschorscarcinoom?
Dit werd onderzocht in een grote cohorte van Duitse bijnierschorscarcinomen. De studie is retrospectief en vergeleek de CT-scans van 51 patiënten met bijnierschorscarcinoom (30 vrouwen; mediane leeftijd 49 jaar) en 25 patiënten met een goedaardige bijnierschorstumor (21 vrouwen; mediane leeftijd 64 jaar) uit het Duitse Register bij wie de diagnose tussen 2005 en 2010 werd gesteld.
Kiezen voor hogere sensitiviteit
De evaluatie van de densiteit van de tumor gebeurde precontrast door twee geblindeerde radiologen. De mediane tumorgrootte van de bijnierschorscarcinomen was significant hoger (9 cm; 2-20 cm) in vergelijking met de goedaardige tumoren (4 cm; 2-7,5 cm). De mediane densiteit bedroeg respectievelijk 34 (14-74) en 5 (-13 tot 40) HU (p<0,0001).
Met een specificiteit van 80% en een sensitiviteit van 96% was een drempelwaarde van 21 HU de densiteit die met de meeste nauwkeurigheid het onderscheid tussen goed- en kwaadaardige tumor kon maken. Maar hierdoor werden twee bijnierschorscarcinomen (van 5 en 6 cm) gemist. Door een drempel op 13,9 HU te kiezen nam de sensitiviteit toe tot 100%, ten koste van een lagere specificiteit van 68%.
Misdiagnose uitsluiten
Hoewel de meerderheid bijnierschorscarcinomen een CT-densiteit hebben die hoger ligt dan 21 HU, blijft het veilig om als drempelwaarde 13 HU te nemen en zo geen bijnierschorscarcinoom te missen.