Groeihormoon na een schedeltrauma
De prevalentie van groeihormoontekort na een schedeltrauma is zeer wisselend. Op korte termijn verbetert toediening van groeihormoon de levenskwaliteit wel, maar hoe evolueert deze op lange termijn?
In deze studie werden de klinische kenmerken van hypofysedeficiëntie na een schedeltrauma en de effecten op lange termijn van groeihormoontoediening onderzocht. Daartoe werden de patiënten vergeleken met patiënten met niet-functionele hypofyseadenomen baseline en een jaar later voor klinische kenmerken tot acht jaar later voor levenskwaliteit.
Effect op levenskwaliteit
In vergelijking met patiënten met niet-functionele hypofyseadenomen, waren de slachtoffers van een schedeltrauma jonger en werd de diagnose van hypofysedeficiëntie 2,4 jaar na het schedeltrauma gesteld (p<0,0001). Ze hadden een hogere incidentie van geïsoleerde hypofysedeficiëntie, een hogere groeihormoonpiek, een gunstiger metabool profiel maar een slechtere levenskwaliteit. Ze waren ook gemiddeld 0,9 cm kleiner (1,8 cm na correctie voor leeftijd en geslacht; p=0,004) en kregen hogere dosissen groeihormoon (gemiddeld verschil 0,04 mg/dag; p=0,006).
Na één jaar was de levenskwaliteit onder behandeling met groeihormoon sterker verbeterd en deze verbetering hield ook gedurende de acht jaar van de studie aan.
Op lange termijn
Na één jaar behandeling met groeihormoon functioneerden de schedeltraumapatiënten weer in de maatschappij, na zes jaar hadden ze hun zelfvertrouwen terug en waren ze minder angstig. Alleen op vermoeidheid en geheugen had de behandeling weinig impact.
Kortom, schedeltraumapatiënten hebben dan wel biochemisch minder ernstige vormen van hypofysedeficiëntie, ze zijn er minder goed aan toe wat levenskwaliteit betreft. Groeihormoontoediening heeft een gunstige effect op de levenskwaliteit op lange termijn.